Een belangrijke doelstelling van elke credit manager is risico’s beheersbaar te maken. Daarvoor gebruiken we verschillende technieken, zoals kredietverzekering, factoring en letters of credit. Maar een interessant instrument dat tot nu toe – althans in België – weinig gebruikt werd door leveranciers van goederen en diensten, is het pandrecht. Voor niet-financiële ondernemingen was dit niet echt haalbaar. Dat is veranderd door de recente vernieuwing van het pandrecht.

Hoe was het vroeger?
Het ‘oude’ pandrecht in België was opgenomen in het Burgerlijk Wetboek en was geïnspireerd door de Code Napoléon. Dit omvatte twee soorten zekerheden: persoonlijke zekerheden (iemand stelt zich borg voor een ander) en zakelijke zekerheden die zich richten op het vermogen van de schuldenaar. Voorbeelden hiervan zijn hypotheken en het pand op handelsfonds.
De klassieke definitie van het pandrecht luidt: ‘Contract tot afgifte van een zaak als zekerheid van de voldoening van om het even welke schuld.’ In beginsel dient het persoonlijk vermogen tot waarborg van de schuldeisers, die allen gelijke rechten hebben. Het pandrecht biedt echter de mogelijkheid aan bepaalde schuldeisers om een uitzondering op die gelijkheid te vormen. Dat betekent dus dat de pandhouder een voorrecht verkrijgt op de andere schuldeisers.
Een belangrijke hinderpaal bij deze oude situatie was het vereiste dat er een buitenbezitstelling optrad. De pandgever kon het verpande goed niet langer gebruiken om een inkomen te verwerven. Inkomen dat nodig was om de schuld te betalen. Bovendien waren er ook administratieve verplichtingen aan verbonden (authentieke akte vanaf een bepaald bedrag).
In de loop van de jaren zijn allerhande uitzonderingen en speciale gevallen aan de basiswet toegevoegd. Vaak waren deze wel nuttig, maar bedoeld voor specifieke groepen goederen of gebruikers. Ze zorgden voor een ingewikkeld en weinig overzichtelijk stelsel van wetten en regels. Vandaar de noodzaak van een grondige hervorming van het pandrecht.

Het vernieuwde pandrecht
Algemeen is de bedoeling van het vernieuwde pandrecht de mogelijkheden tot het gebruik van zekerheden te verbeteren, zodat meer en veiliger kredietvormen beschikbaar gesteld kunnen worden. Zonder dat de kredieten onnodig duur worden. Dit past trouwens in een algemeen geldende internationale tendens tot aanpassing en modernisering van zekerheidsrechten.
Het nieuwe systeem moet ook echt doeltreffend worden.Er is geen buitenbezitstelling van het onderpand meer nodig. Met andere woorden, de schuldenaar blijft eigenaar van de activa die als onderpand dienen en kan die dus ook gebruiken om een inkomen te verwerven. Bovendien heeft het nieuwe systeem als doelstelling dat het efficiënt en goedkoop te gebruiken is, en de regelgeving transparant.
De nieuwe wetgeving is in lijn met de regels die in een aantal andere Europese landen gelden. De vroegere wildgroei aan specifieke gevallen en regeltjes is vervangen door een duidelijke wet.
Belangrijk daarbij is dat het pandrecht tegenwerpelijk is. Dat impliceert dus ook dat de verleende panden bekend moeten zijn. Het bezitloos pand wordt daardoor een ‘registerpand’. Dat gebeurt via een centraal pandregister, dat is opgezet door de Federale Overheidsdienst Financiën (FOD Financiën zoals die afgekort wordt).
De ontwikkeling van dit systeem heeft veel voeten in de aarde gehad. Dat is ook een belangrijke reden geweest waarom de wet – die in feite dateert van 2013 – pas op 1/1/2018 van kracht is geworden. Van dat uitstel heeft men gebruikgemaakt om intussen (2016) een ‘reparatiewet’ uit te vaardigen waarin enkele onvolkomenheden van de oorspronkelijke wet zijn aangepast.

Pandregister
Dit elektronisch centraal register is dus uitermate belangrijk. De officiële website is https://pangafin.belgium.be en het pandregister is te bereiken via pangafin@minfin.fed.be.
De registratie in het nationaal pandregister garandeert de tegenwerpelijkheid van het pand en levert bovendien een vaste datum van vestiging van het pandrecht op. Mogelijke rangconflicten zijn hierdoor dan ook geregeld. Het vestigen van een pandrecht is in principe mogelijk voor om het even welk lichamelijk of onlichamelijk roerend goed.
Om toegang te krijgen tot het pandregister, moet men een Belgische identiteitskaart bezitten. Buitenlandse ondernemingen moeten dus een Belgische lasthebber inschakelen. Grote gebruikers kunnen geregistreerde gebruiker worden, waardoor het gebruik van het register vlotter verloopt.
Een pandovereenkomst wordt geregistreerd door de pandhouder of zijn vertegenwoordiger (of lasthebber).  Daarbij moeten uiteraard naast de identificatie van pandgever en pandhouder de beschrijving van de bezwaarde goederen en van de gewaarborgde schuldvorderingen ingegeven worden. Daarnaast ook het maximale bedrag ten belope waarvan de schuldvorderingen gewaarborgd zijn en een aansprakelijkheidsverklaring vanwege de pandhouder.
De registratie is pas definitief als ook de retributie betaald is. Deze retributie varieert naargelang het bedrag van de gewaarborgde schuldvordering van € 20 tot maximaal €  500.  Als de gewaarborgde schuld voldaan is, moet de pandhouder de volledige verwijdering uit het pandregister uitvoeren.
Belangrijk gevolg hiervan is dat professionele kopers van roerende goederen verondersteld worden het pandregister te raadplegen om zekerheid te hebben of het goed dat ze aankopen niet verpand is.

Eigendomsvoorbehoud
Een bijzonder soort zekerheid is het eigendomsvoorbehoud, dat vooral voor credit managers van belang is. Eigendomsvoorbehoud betekent dat de verkoper eigenaar blijft van de koopwaar tot de volledige betaling ervan.
Tot nu toe was het gebruik van eigendomsvoorbehoud beperkt. Het moest vooraf, bijvoorbeeld in de algemene voorwaarden, door beide partijen overeengekomen zijn. Het was ook enkel tegenstelbaar in geval van faillissement. Bovendien moesten de goederen zich in natura bevinden in het vermogen van de schuldenaar. Ze mochten dus niet verwerkt of vermengd zijn. Hierdoor was eigendomsvoorbehoud in bepaalde gevallen goed bruikbaar, maar vaak was de praktische toepasbaarheid door deze voorwaarden sterk ingeperkt. Het eigendomsvoorbehoud is nu geregeld in de pandwet. De registratie van het eigendomsvoorbehoud is in feite niet verplicht, maar de registratie in het pandregister zorgt voor tegenstelbaarheid ervan. Het is ook van toepassing op alle goederen, dus ook onlichamelijke goederen zoals een handelsfonds.

Gebruik van de in pand gegeven goederen
Het registerpand geeft de pandgever de toelating om het verpande goed verder normaal te exploiteren om aldus inkomsten te verwerven. De pandwet stipuleert dat de pandgever gerechtigd is tot een redelijk gebruik van de bezwaarde goederen overeenkomstig hun bestemming. Hij heeft verder de bevoegdheid de bezwaarde goederen te verwerken indien deze bestemd zijn voor verwerking. De pandgever kan dus over de bezwaarde goederen beschikken binnen een normale bedrijfsvoering. Gaat het om voorraden en drijft de pandgever handel in deze goederen, dan is hij wel degelijk bevoegd om deze goederen te verkopen in het kader van een normale exploitatie van de handelszaak. Dat geldt dus ook voor het eigendomsvoorbehoud.

Conclusie
De nieuwe pandwet biedt meer beschermingsmogelijkheden tegen de gevolgen van de insolventie van een debiteur. Het nieuwe systeem met het centrale pandregister zorgt voor meer flexibiliteit en minder formalisme. Ook de vroegere versnippering van het zekerheidsrecht is opgelost.

 

Ludo Theunissen is voorzitter van het Instituut voor Credit Management

Shares