Juryvoorzitter drs. Erik van de Merwe

Al zeventien jaar is drs. Erik van de Merwe (67) voorzitter van de jury die jaarverslagen beoordeelt voor de toekenning van de FD Henri Sijthoff Prijs. Jaarverslagen van al dan niet beursgenoteerde bedrijven worden gescreend en kunnen worden genomineerd in drie categorieën: AEX-fondsen, kleinere fondsen en niet-beursfondsen. In 2014 weigerde de jury een prijs toe te kennen in de belangrijkste categorie, die van de hoofdfondsen op de Amsterdamse beurs. Credit managers kunnen hun informatie over debiteuren en toeleveranciers ontlenen aan veel bronnen, die zij op hun waarde kunnen schatten. Eén van die bronnen is een jaarverslag en Erik van de Merwe geeft aan waar een jaarverslag onder meer aan moet voldoen.

 

‘Een jaarverslag is niet meer alleen ‘oud nieuws’. Waar ik steeds voor heb gepleit is een rapportage aan alle stakeholders. Niet alleen aan de financials maar ook aan de medewerkers, de klanten en andere belanghebbenden. Er moet ook aandacht zijn voor duurzaamheid, voor risico’s. Ik denk dat de jury van de FD Henri Sijthoff Prijs daar aanjager voor is geweest. Daarnaast is er wetgeving gekomen. Maar er staat nog steeds te weinig in een jaarverslag. Te weinig over klanttevredenheid, medewerkerstevredenheid, over de strategie, over maatschappelijke betrokkenheid. Daar zou toch meer aandacht aan moeten worden besteed. Ook aan zaken die men wel vertelt aan analisten, maar niet opschrijft in een jaarverslag. Een echt grondige bedrijfsanalyse staat er zelden in. Hoe stuur je zelf? Daar lees je te weinig over en het zou er wel in moeten komen. We zien wel een enorme vooruitgang, het afgelopen jaar. Vooral de risicoparagraaf is echt verbeterd. Maar het kan nog steeds veel beter.

Je hoort veel van besturen dat ze de concurrentie niet wijzer willen maken. Ik vind dat eerlijk gezegd een onzinargument. In het verleden stond in jaarverslagen van banken ook niet aan welke landen of sectoren zij geld hadden geleend. Dat staat er nu wel in en dat heb je ook nodig, als je investeert in aandelen of zaken doet met die bank. Dan moet je ook weten wat de risico’s zijn en wat de gevolgen zijn van bepaalde scenario’s. We pleiten echt voor veel meer transparantie. Men moet niet te bang zijn voor transparantie. Die verbetert alleen maar de waarde van het bedrijf.’

Geen standaard jaarverslag
‘Je kunt nooit een standaard jaarverslag maken. Het verschilt per bedrijf en per bedrijfssector. Ik ben erop tegen dat er moet worden afgevinkt wat erin moet staan. Elk bedrijf is anders en heeft andersoortige risico’s. Waar heb je het meeste last van? Hoe probeer je dat te omzeilen? Welke maatregelen neem je opdat het beter gaat? Dat hoort in een jaarverslag te staan. Innovatie vind ik ook zoiets. Daar wordt te weinig aandacht aan besteed. Terwijl alle businessmodellen gaan veranderen door innovatie. Kijk maar naar de blockchaintechnologie. Probeer in een jaarverslag te vertellen hoe je daarmee omgaat, óf je daar wel mee omgaat. Als je dat niet doet, is het alleen terugkijken en niet vooruitkijken.

Dieptepunten die zich hebben voorgedaan, horen absoluut thuis in een jaarverslag. Vaak staat in een jaarverslag een lijstje van onderwerpen, waar de commissarissen over hebben gesproken, maar niet hoe erover is gesproken. De jury vindt ook dat je dilemma’s moet beschrijven en de maatregelen die zijn genomen. En zeg ook achteraf dat je iets fout hebt gedaan. Dat maakt het sterker. Dan ben je eerlijk.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen, duurzaamheid, zijn issues voor een jaarverslag. De maatschappij is één van de stakeholders van een onderneming. Dat hoor je eigenlijk nooit. Standaardisering van de financiële rapportage zoals IFRS (International Financial Reporting Standards) en SBR (Standard Business Reporting) dient vooral om die rapportages vergelijkbaar te maken. De controle door de accountant ziet daarop toe. Het gaat ons veel meer om de toelichting en de analyse van wat er is gebeurd. Daar moeten de raad van bestuur en de raad van commissarissen in het jaarverslag aandacht aan besteden en het beschrijven daarvan niet overlaten aan een jurist of een secretaris. Het gaat om hun eigen verhaal. Ik ben het niet eens met bedrijven die terughoudend zijn in hun verslaglegging onder het motto ‘Openheid is een teken van zwakte’. Ik vind openheid een teken van sterkte. Dat is durf en dat moet je gewoon doen.

De laatste jaren zijn jaarverslagen van niet-beursfondsen echt beter. Een stuk beter dan die van AEX-fondsen. Die zijn te veel verjuridiceerd en daardoor minder interessant. Niet-beursfondsen zijn meer open, geven vaker een concurrentieanalyse en de maatschappelijke betrokkenheid wordt heel vaak genoemd. De verslagen van AEX-fondsen zijn vaak wat saai.’

Jaarverslagen van banken
Vorig jaar won de Volksbank de FD Henri Sijthoff prijs. De jury vond het verslag er bovenuit stijgen. Het was echt een vernieuwend jaarverslag met veel elementen die in andere jaarverslagen niet staan en heel helder geschreven in begrijpelijke taal. Niet juridisch of zo. Iedereen moet het kunnen lezen. Dit was gewoon een bijna perfect jaarverslag.
Als je kijkt naar banken en er wordt gepraat over hoe groot de buffer van die banken moet zijn, dan worden percentages van 2 of 4 of soms wel 10% genoemd van het balanstotaal. Als je kijkt naar de solvabiliteit, dan praat je over 12%. Ik vind dat een betere maatstaf dan alleen een percentage van het balanstotaal. Als het balanstotaal grotendeels bestaat uit leningen aan de staat, is het onzin om te praten over een buffer van 10%. Als er wordt geleend aan risicovolle landen of debiteuren, dan is het een ander verhaal.

Basel IV voor de banken en Solvency II voor de verzekeraars zullen niet direct invloed hebben op de jaarverslagen maar wel op het businessmodel. Beide zijn het gevolg van Europees denken en gaan voor een deel voorbij aan het verschil in markten. De door banken verstrekte hypotheken voor huizen in Nederland of voor huizen in Spanje leiden bij voorbeeld tot heel verschillende uitkomsten.

Ik ben er een voorstander van dat banken bedrijven die het moeilijk hebben, blijven financieren en niet te snel laten omvallen. Vooral als de conjunctuur tegen zit. Dat gebeurt te weinig. Ik vind dat veel banken te snel de kraan dicht draaien. Ik vind het ook dom. Want als je een bedrijf door de moeilijke periode heen helpt, kan de voorziening die je eerder hebt getroffen weer geheel of gedeeltelijk vrijvallen en bovendien zal de cliënt dat niet vergeten en langer blijven. Als bank heb je ook een maatschappelijke functie en moet je bedrijven helpen. Ik denk dat banken er op langere termijn beter van worden in plaats van slechter.

Aan transparantie gaat niemand failliet
Al lang geleden heb ik gepleit voor meer transparantie in de verslaglegging. Men moet transparantie niet verplicht stellen; je moet de mensen ervan overtuigen dat transparantie goed is. Aan transparantie gaat niemand failliet. Aan het gebrek aan transparantie wel, als je niet open bent geweest over je risico’s en er komen later claims. Wees maar gewoon open, naar iedereen. Als een oliemaatschappij het intrekken van een 403-verklaring wegmoffelt in een bijzin in het jaarverslag, dan vind ik dat niet goed. Zeg het gewoon duidelijk en zeg ook waarom je het hebt gedaan.

Ik blijf nog één jaar voorzitter van de jury en neem dan afscheid na zeventien jaar. Het is nog nooit eerder gebeurd dat iemand zo lang in de jury van de Sijthoffprijs zat, maar ik doe het nog steeds met veel plezier, samen met de zeer kundige medejuryleden.’

Martin van der Hoek is interim-voorzitter van de VVCM

Shares