Er wordt wel eens beweerd dat medewerkers van universiteiten (professoren en andere onderzoekers) in een ivoren toren leven en werken, zorgvuldig afgeschermd van de reële wereld aan hun voeten. Wellicht is dat soms het geval. Als we specifiek kijken naar de vakgebieden economie en bedrijfskunde, blijkt in elk geval dat credit management niet zo vaak aan bod komt in universitaire onderzoeksprojecten. En dat is iets waar wij, credit managers, toch een beetje op onze honger blijven. Als ik zeg ‘wij, credit managers’, dan is dat ook omdat ik het voorrecht heb bij beide groepen te behoren: ik ben in deeltijd actief als academicus aan de Universiteit Gent en daarnaast voorzitter van het Instituut voor Kredietmanagement.

Wat is er nu interessant aan credit management als onderzoeksdomein? Naast het feit dat het vakgebied op zich al veelomvattend is en een aantal boeiende deelgebieden bevat, is er ook in de laatste jaren heel wat veranderd.
We hebben om te beginnen de fameuze kredietcrisis gehad. Die zou ertoe moeten leiden dat credit management meer aandacht kreeg. Meer faillissementen en vertragingen in de betalingsgedragingen zijn duidelijke en evidente redenen om credit management beter te verzorgen. Bovendien zijn er andere factoren die aanleiding hebben gegeven tot belangrijke veranderingen in het credit management. Enkele voorbeelden:
•    Ruimere beschikbaarheid van financiële informatie. In België hebben we al zeer lang (sinds 1975 om precies te zijn) de balanscentrale van de Nationale Bank waar de jaarrekeningen van alle ondernemingen bij elkaar worden gebracht. Deze zijn volgens een geformaliseerd schema gedetailleerd vastgelegd en gratis online te raadplegen. Maar ook in een aantal andere landen is de beschikbaarheid van financiële informatie over ondernemingen sterk verbeterd. Dat betekent dat ineens een schat aan onderzoeksdata beschikbaar is gekomen!
•    Een tweede element is ongetwijfeld de verder gaande mondialisering van de economische relaties. Leveranciers, klanten en concurrenten zitten tegenwoordig over de hele wereld verspreid. De klantenrelatie verloopt dus vaak anders, de rechtszekerheid is vaak minder groot en financiële zekerheden zijn niet altijd beschikbaar of betrouwbaar.
•    Een recent fenomeen van de jongste jaren is de introductie van e-business en dus ook van e-facturatie. De papieren factuur heeft vaak afgedaan en is vervangen door elektronische communicatie. In zijn meest elementaire vorm in de gedaante van een pdf-bestand dat met een mail gestuurd wordt, in de meest geavanceerde formaten zelfs volledig geïntegreerd. Hoe dan ook gaat de communicatie tussen de leverancier en de klant sneller en efficiënter verlopen. Bovendien is de controle op het effectief ontvangen van de factuur door de klant een stuk gemakkelijker geworden.

Dit zijn slechts enkele elementen die ervoor zorgen dat het credit management ingrijpend veranderd is. Heel wat ondernemingen hebben trouwens aangegeven extra aandacht te besteden aan het beheer van NetWorking Capital, waarbij credit management zeker een belangrijk element is.

Weinig academische belangstelling voor credit management
In feite zou hier een buitengewoon aantrekkelijk onderzoeksdomein voor academici voorliggen. We zijn dan ook op zoek gegaan naar studies, papers en wetenschappelijke publicaties over credit management in de afgelopen jaren. Tot onze grote spijt komen we van een vrij kale reis terug. De academische wereld blijkt maar nauwelijks belangstelling te hebben voor credit management – de uitzonderingen kunnen hierbij alleen maar de regel bevestigen.
We vinden weinig nieuwe ideeën en onderzoeken. Het volstaat de referentielijst van de academische publicaties na te gaan en vast te stellen dat de goede oude ‘basispaper’ van Petersen en Rajan uit 1997 nog altijd de meest geciteerde is! De vraag kan en moet dus gesteld worden: waarom is dit het geval?
Wellicht is het goed eens te peilen naar de motivatie van academici bij het uitvoeren van onderzoek. Professoren aan universiteiten worden – net als medewerkers van ondernemingen – geëvalueerd op hun prestaties. Doorgaans wordt de opdracht van een academicus gedefinieerd in drie deelgebieden: onderwijs, onderzoek en dienstverlening.
We beperken ons hier tot het aspect onderzoek. Ook daarop worden academische onderzoekers geëvalueerd. Hun ’research output’ wordt daarbij heel erg belangrijk. En hoe wordt die gemeten? Een belangrijk (want meetbaar) element bestaat uit de publicaties van onderzoeksresultaten. Uiteraard in wetenschappelijke tijdschriften, en liefst in de topcategorie! Er bestaat een ‘ranking’ van wetenschappelijke tijdschriften. De hoogste categorie is A1 (klinkt wellicht vertrouwd in de oren), maar het aantal A1-tijdschriften is beperkt, zeker in vergelijking met het aantal kandidaten dat klaarstaat met hun waardevolle onderzoeksresultaten. Met andere woorden, de vraag naar teksten in de toptijdschriften is veel kleiner dan het ruime aanbod, en er dient dus geselecteerd te worden. Dat gebeurt meestal op basis van de zogenaamde ‘peer review’ waarbij een aantal specialisten uit het vakgebied de (anoniem) ingediende teksten beoordelen op basis van inhoud, methodologische aspecten en resultaten. De selectie is streng en vaak wordt gevraagd een onderzoek te herwerken, uit te breiden of aan te passen. Dat betekent evenzeer dat het behoorlijk veel tijd en inspanning kan vragen om een A1-publicatie rond te krijgen.
Bovendien komen vooral onderzoeken die voldoen aan de traditionele wetenschappelijke methodologie voor research in aanmerking. Dus literatuuronderzoek, ontwikkelen van eigen of aangepaste modellen, formuleren van de onderzoekshypothesen, samenstellen van een steekproef, uitvoeren van empirisch onderzoek aan de hand van geavanceerde technieken en bespreking van resultaten en beperkingen. Dat leidt tot zeer sterke specialisatie: in de economische onderzoeken gaat de vooruitgang vaak met kleine stapjes ineens. Zeer gesofisticeerde technieken uit statistiek en operationeel onderzoek worden gebruikt om vaak kleine stukjes van een grote puzzel te onderzoeken. Dat betekent ook dat onderzoeksresultaten vaak enkel door specialisten uit het eigen vakgebied worden opgevolgd.

Kloof tussen theorie en praktijk
In deze context is het dan ook niet verwonderlijk dat een zeer uitgebreid maar vooral zeer praktijkgericht vakgebied als credit management maar zelden aan bod komt in dit soort onderzoek.
Het volstaat om eens in de databases met de recente wetenschappelijke literatuur op zoek te gaan naar teksten over ‘credit management’ (levert nauwelijks resultaat) of ’trade credit’ (levert een beperkt aantal hits) om zicht te krijgen op het onderzoek. En vaak krijg je bij het bestuderen van de teksten (gewoon ‘lezen’ is meestal niet mogelijk) toch de indruk dat een confrontatie met een ervaren credit manager wellicht goed zou geweest zijn.
Er is een deelaspect van credit management dat wel voor de kwantitatieve benadering in aanmerking komt: onderzoeken naar de beoordeling van kredietwaardigheid van ondernemingen, modellen en systemen voor rating en credit scoring, modellen voor falingspredictie. Daar is er nog heel wat evolutie, zij het dat ook hier een kloof aanwezig is tussen de academische onderzoekers en de potentiële gebruikers in de reële wereld. De recente onderzoeksprojecten gaan inderdaad veeleer gebruikmaken van technieken als neurale netwerken, fuzzy logic, Markov ketens, soms toch ook nog naast de oude vertrouwde technieken van regressies en lineaire of logit discriminantmodellen.
Het lijkt dan ook niet zo eenvoudig om de kloof tussen theorie en praktijk, tussen onderzoekers en mogelijke gebruikers weg te werken. Misschien moeten de credit managers en alle ondernemingen actief in de sector toch maar proberen om in de academische wereld wat meer belangstelling voor hun vakgebied te krijgen. Jammer genoeg heeft ‘De Credit Manager’ (nog) niet de status van A1-publicatie …
De academische wereld zelf is heel wat moeilijker te veranderen. Ik sluit dan ook af met een citaat van prof. Geoffrey Boulton (University of Edinburgh): The difficulty is, that changing a university is like moving a graveyard, you get no help from the people inside!

P.S. De situatie die ik hier geschetst heb, is voor het academische luik gebaseerd op de situatie zoals ik die ken in België. Met betrekking tot de opdracht van universitaire instellingen en hun medewerkers zal de situatie in Nederland wellicht vrij gelijklopend zijn. Hoe dan ook, mocht ik bepaalde dingen gemist hebben, dan is dit een uitnodiging om tekorten in mijn analyse aan te vullen. Ik zou uiteraard nog meer dankbaar en erkentelijk zijn mocht ik nu plots een stortvloed aan wetenschappelijke onderzoeksresultaten en publicaties over credit management toegestuurd krijgen. Alle reacties zijn dus welkom. Mag via de redactie van De Credit Manager of rechtstreeks naar ludo.theunissen@ivkm.be.

Auteur: Ludo Theunissen is voorzitter van het Instituut voor Kredietmanagement.
Bron: De Credit Manager, 2013, nummer 2.

Shares