Op woensdag 6 april ging Nederland naar de stembus voor het raadgevend referendum over het samenwerkingsverdrag met Oekraïne. Naast dit heikele onderwerp speelt zich nog iets geheel anders af in de diplomatieke arena’s: de onderhandelingen over een nieuw en omvangrijk handelsakkoord tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie. Ofwel het Transatlantic Trade and Investment Partnership, kortweg TTIP. De informatie over dit handelsverdrag is tot nu toe minimaal. En een publiek debat ontbreekt vrijwel, evenals opinieonderzoek. De hoogste tijd dus om hier in de kolommen van uw favoriete lijfblad eens wat uitgebreider op in te gaan.

Wij hebben het hier over het grootste bilaterale handelsakkoord ter wereld: zo’n 43% van de wereldhandel speelt zich af tussen de VS en de EU. Deze twee economische grootmachten zijn samen verantwoordelijk voor 46% van de wereldproductie. Het doel van het TTIP is eenvoudig, maar van groot belang: wederzijdse stimulering van de welvaart. Vanuit dat oogmerk worden investeringen bevorderd en kunnen consumenten profiteren van lagere prijzen en een (nog) ruimere keuze aan producten en diensten.

Waarom een nieuw handelsverdrag?
Het doel van dit verdrag is tweeledig: handelsbarrières opheffen en vrije internationale handel tussen beide handelsblokken bevorderen. Volgens cijfers van de EU zou de handel op jaarbasis met € 199 miljard groeien. Dit zou de Nederlandse economie een bedrag tussen 1,4 en 4,1 miljard euro per jaar opleveren. Een behoorlijk bedrag, echter slechts 0,5 % extra groei, en dan nog gemeten vanaf het jaar 2027.
De aanzienlijke omvang van de handelsstromen tussen de VS en Europa heeft namelijk, vreemd genoeg, niet verhinderd dat er nog steeds hoge handelsbarrières bestaan. Deze uiten zich niet alleen in hoge importtarieven voor allerlei producten en onderling afwijkende productstandaarden, maar ook in dubbele testen en andere bureaucratische hindernissen. De onderhandelingen zijn erop gericht al deze drempels op te ruimen.
Een proces dat onvermijdelijk winnaars en verliezers zal opleveren. Want niet alleen zullen exporteurs een grotere afzetmarkt vinden, er zal zeker ook meer internationale concurrentie ontstaan op binnenlandse afzetmarkten. Vooral de financiële en maritieme sectoren, postdiensten, landbouw, chemie en hightech-industrie kunnen ervan profiteren. Andere rapporten stellen dat het TTIP de Nederlandse werkgelegenheid juist zal schaden.

Importheffingen: de hoogste handelsbarrières tussen de VS en de EU
De gemiddelde importheffing op de handel tussen de EU en de VS valt met 3,5% nogal mee. Men zou kunnen zeggen: hoezo een probleem? Maar een aantal heffingen is wel heel hoog. Voorbeelden daarvan zijn de Amerikaanse heffingen op schoenen en kleding. Daarnaast zijn binnen diverse productcategorieën de verschillen in (vooral Amerikaanse) heffingen vaak groot. ‘Sommige delen van de Amerikaanse markt zijn volledig gesloten voor Europese bedrijven. Voorbeelden zijn Nederlandse baggeraars, Finse scheepsbouwers (bijvoorbeeld ijsbrekers) en Deense bouwers van windmolenparken’, aldus EU-toponderhandelaar Hiddo Houben in een (zeldzaam) interview met NRC Handelsblad van 15 oktober 2015.
Opmerkelijke tariefsverschillen zijn te vinden in de voedingsbranche. Daar geldt bijvoorbeeld een gemiddelde heffing op veeproducten van 2,1%. Maar op melkproducten komen tarieven voor tot wel 78%. Andere producten met (zeer) hoge heffingen zijn pinda’s (130%), schoenen (tot 48%), tonijn (35%), kleding (32%) en rundvlees (26%). Aan deze kant van de oceaan gaat het er op het eerste gezicht wat beschaafder aan toe. Maar vergist u zich niet: ook de EU kent diverse hoge heffingen, zoals die op vlees (26%), geconserveerde vis (25%), groenten en fruit (33,6%), fietsen (15%) en schoenen (17%). In de woorden van Hiddo Houben: ‘Wij hebben nog een zekere bescherming in de landbouwsector. Amerikanen vinden ons op dat vlak protectionistisch. Ze willen nog meer vlees en granen naar ons uitvoeren.’

Non-tarifaire barrières
De zogeheten ‘non-tarifaire’ barrières zijn in de huidige economische verhoudingen belangrijke hinderpalen voor de internationale handel. Het gaat in dit geval om barrières die niet onder importheffingen of invoerquota vallen. Hinderpalen ‘achter de grens’, die een gevolg zijn van wet- en regelgeving en van politiek-economisch beleid.
Inmiddels blijkt dat er voor- en tegenstanders te vinden zijn. Zo’n 390 maatschappelijke organisaties in Europa hebben een kleine twee miljoen handtekeningen verzameld tegen het TTIP. Begin oktober 2015 demonstreerden tienduizenden mensen in diverse Europese hoofdsteden tegen een door hen gevreesde uitverkoop van Europese normen en waarden. Critici ter linkerzijde (GroenLinks, PvdA) vrezen dat de EU haar kwalitatieve productnormen moet verlagen. Overigens wordt dit nadrukkelijk tegengesproken door de Zweedse Eurocommissaris voor Handel, Cecilia Malmström (NRC, 15 april 2015). Zolang de onderhandelingen nog lopen, zal het moeilijk zijn om hierover een ‘zekere’ uitspraak te doen.
In het centrumrechtse veld pleit onder meer Europarlementariër Hans van Baalen, gesteund door D66, voor tempo in de onderhandelingen, ‘omdat anders de VS wel eens een verdrag met China zouden kunnen afsluiten, in plaats van met de EU. En dat laten wij dan niet versjteren door een chloorkip’, zo zei hij in een Kamerdebat begin april vorig jaar. Met andere woorden, verlaging van (Europese) productstandaarden is zeker niet uit te sluiten.

Wat ervaart de markt?
Economisch onderzoeksbureau ‘Ecorys’ hield een enquête onder ondernemers naar hun ervaringen met handelsbarrières. Kort en bondig: deze worden in brede kring als groot ervaren. Mede daarom is vermindering, respectievelijk verlaging van deze barrières één van de eerste doelen van het TTIP.

Onderwerpen van de TTIP-onderhandelingen
De Europese en Amerikaanse onderhandelaars willen allereerst handelsprocedures vereenvoudigen. Dit naast verlaging van importheffingen en andere, non-tarifaire, barrières. Andere doelstellingen zijn om elkaars productcontroles te accepteren, importprocedures te versnellen en dubbele testprocedures te vermijden Dit moet gepaard gaan met het slechten van zoveel mogelijk andere (vooral administratieve) blokkades.
Hiddo Houben, de al eerder geciteerde EU-onderhandelaar, voegt hieraan toe: ‘Wij voeren meer landbouwproducten uit naar Amerika dan omgekeerd. Het is in ons belang dat dit zo blijft. We willen dus in ieder geval meer toegang tot de Amerikaanse markt. Wij vinden ook de (in Europa beschermde) ‘geografische oorsprong’ van producten heel belangrijk. Dat is dus onderdeel van de uitruil. Over genetisch gemodificeerde producten gaan we niet onderhandelen. Dat is geen protectionisme. De keuzes die we daar maken en die per lidstaat verschillen, zijn van sociale en niet van economische aard.’

Aanbesteding en investeringsbescherming
Beide partijen krijgen verbeterde toegang tot elkaars overheidsaanbestedingen. Daarnaast wordt er onderhandeld over een zogeheten ‘Investerings Beschermings Overeenkomst’ (IBO). De IBO moet de bestaande ‘Investor-State Dispute Settlement’ (ISDS) vervangen, maar ondervond al zware oppositie van non-gouvernementele organisaties. De IBO beoogt om discriminatie van bedrijven op basis van nationaliteit tegen te gaan en daarnaast een juridische weg te bieden voor buitenlandse ondernemingen om, waar nodig, financiële compensatie te verkrijgen.
Deze compensatie kan aan de orde komen wanneer bijvoorbeeld vergunningen worden ingetrokken of bedrijven worden genationaliseerd. De eerste ontwerptekst van het TTIP voorzag erin dat arbitrage zou worden uitgevoerd door advocaten. Dit voorstel werd zwaar bekritiseerd, waarna de Europese Commissie met haar tegenvoorstel kwam om een apart Hof van Arbitrage op te richten. Dit nieuwe Hof richt zich op beslechting van internationale investeringsgeschillen door (onafhankelijke) rechters.

Gaan de VS en Europa hun verschillende productstandaarden accepteren?
Harmonisering van producteisen heeft in dit stadium (nog) geen prioriteit in de onderhandelingen. Men richt zich vooral op wederzijdse acceptatie van methodes om te controleren of aan alle producteisen wordt voldaan. Het ontbreekt de Europese Commissie zelfs nog aan een mandaat om productstandaarden te verlagen, ingeval deze in Europa beduidend hoger zijn dan die in de VS.
Hiddo Houben gaat in het hier eerder aangehaalde NRC-interview in op mogelijke samenwerking op het gebied van productstandaardisering: ‘Deze is vrijwillig en kan er nooit toe leiden dat de bescherming van consumenten of producten wordt verlaagd. Het gaat om het uitwisselen van kennis en informatie. Bij het maken van regels wordt nauwelijks samengewerkt. Maar als je nu al weet dat de elektrische auto, een nieuw product, voor veel nieuwe regelgeving gaat zorgen, waarom zou je daar dan niet samen op kunnen anticiperen?’

Welke voordelen biedt het TTIP ons?
Nogmaals Hiddo Houben, die het TTIP verdedigt. ‘Er staat veel op het spel. Het uur van de waarheid is aangebroken, terwijl we pas halverwege de onderhandelingen zijn.’ In zijn visie heeft Europa het TTIP nodig, ‘omdat Europa altijd open is geweest. Nederland zelfs in extreme mate. Die openheid is onze kracht, het houdt ons scherp. De blootstelling aan concurrentie zorgt uiteindelijk voor de hoogst mogelijke welvaart’.
Economisch onderzoeksbureau Ecorys rekende uit dat, als alle importheffingen plus de helft van alle non-tarifaire barrières worden afgeschaft, het Bruto Binnenlands Product in de EU met € 117,4 miljard groeit (+0,9%). De VS ziet haar BBP – omgerekend – met 40,8 miljard euro (+0,3%) toenemen. Deze cijfers wijken dus af van de EU-schattingen, die uitkomen op een toename van de handel op jaarbasis met 199 miljard euro.

Verwachte inwerkingtreding van het TTIP
De TTIP-onderhandelingen zijn nu al drie jaar aan de gang. Het liefst zou men deze onderhandelingen afronden voordat president Obama eind dit jaar aftreedt. Een nogal optimistische verwachting. Want na afronding van de politieke onderhandelingen moet het akkoord juridisch geperfectioneerd worden. En pas nadat ook deze fase is afgerond, volgt het democratische proces: niet alleen het Amerikaanse Congres, maar ook de Europese Raad en het Europese Parlement moeten de overeenkomst nog hun zegen geven. Niet ondenkbaar is bovendien dat alle Europese lidstaten met het akkoord zullen willen instemmen. Inderdaad, het duurt nog wel even, voordat het TTIP-verdrag daadwerkelijk in werking treedt.

Auteur: Jan Moes is bestuurslid van de VVCM.
Bron: De Credit Manager, jaargang 2016, nummer 1.

Shares