Sommigen zijn van mening dat kredietbeoordelingen niet moeten worden gereguleerd. Het zijn vooral de kredietbeoordelaars zelf die zich niet graag in de kaarten willen laten kijken. De wetgever daarentegen is van mening dat voor een gezond economisch verkeer kredietbeoordelingen van grote waarde zijn. Daarom is sinds december 2009 de EU-verordening 1090/2009 van kracht.

Waarom de EU-verordening voor kredietbeoordelaars?
De aanleiding voor een wettelijke regeling van kredietbeoordelaars waren foute ratings van de drie grootste ratingagenturen Standard & Poor’s, Moody’s en Fitch, die mede de kredietcrisis hebben veroorzaakt. Te slechte kredietbeoordelingen kunnen tot grote schade van de beoordeelde onderneming leiden. Te goede ratings daarentegen kunnen de kapitaalverschaffer schade berokkenen. De ratingagenturen waren niet aansprakelijk voor de kwaliteit en de juistheid van hun kredietbeoordelingen. Zij zijn van oordeel dat een rating een mening is en een mening heeft een relatief grote vrijblijvendheid.
De intentie van de wetgever is tweeledig. In de eerste plaats wil men een wettelijk kader scheppen waarin de kwaliteit van de organisatie van de ratingagenturen en hun ratingsystemen wordt verbeterd en controleerbaar wordt. Ten tweede wil men meer concurrentie tussen de ratingagenturen bereiken door meer ratingagenturen toe te laten. Deze twee maatregelen moeten op termijn tot betere ratings leiden. En betere ratings zijn goed voor een betere werking van de kapitaalmarkten.

Wat houdt de regulering van kredietbeoordelaars in?
Wie ratings in Europa wil afgeven, moet als ratingagency door de ESMA (European Securities and Markets Authority) worden toegelaten. Elke Europese ratingagency wordt uitvoerig getoetst op een adequate interne organisatie. De kwaliteit van de medewerkers, de internecontrole- en compliancy-systemen moeten aan hoge eisen voldoen. Vervolgens worden de ratingmethodes op consistentie beoordeeld. De ratingagency moet een zogenaamde disclosure-verklaring afgeven waaruit blijkt hoe zij aan haar ratings komt. Hiermee is een belangrijke stap gezet naar meer transparantie en betrouwbaarheid van de ratings. Dit betekent echter nog steeds niet dat een ratingagency aansprakelijk is voor haar ratings. Maar men weet nu tenminste wat voor een rating men krijgt en waar het op is gebaseerd.

Wat is een rating, en wat niet?
Een rating moet ook aan een wettelijke definitie voldoen, anders mag het geen rating worden genoemd. Een rating die niet door een erkende ratingagency wordt uitgegeven, voldoet niet aan de wettelijke eisen en is per definitie een scoringsysteem. Scoringsystemen vallen niet onder de werking van deze wet. Zo moesten bijvoorbeeld handelsinformatiebureaus en kredietverzekeraars andere ratingsystemen ontwikkelen en zich als ratingagency registreren om over een erkende rating te kunnen beschikken. Hun populaire ratingproducten die zij bij handelsinformaties of kredietverzekeringen meeleveren, zijn door deze wetgeving automatisch een scoringsysteem geworden.
Door dit onderscheid ontstaat een kwaliteitslabel waarmee erkende ratings duidelijk kunnen worden onderscheiden van niet-erkende scorings. De consument, en dat zijn ook de meeste credit managers, ziet de finesses en verschillen vooralsnog niet en vertrouwt daarom vermoedelijk op de door de wetgever ingestelde toezicht- en registratieplicht.
Welke soorten kredietbeoordelaars zijn er?
Strikt genomen zijn er verschillende soorten kredietbeoordelaars. In de eerste plaats ratingagencies die kredietbeoordelingen afgeven van landen, branches, ondernemingen of financiële titels, zoals obligaties voor de kapitaal- of geldmarkt. Ratingagencies staan sinds de invoering van de EU-verordening in 2009 onder toezicht. Ook banken, leasing-, factoringbedrijven en verzekeraars die leningen aan particulieren, het bedrijfsleven of overheden verstrekken, beoordelen kredieten. Op deze groep kredietbeoordelaars is de Basel II en Solvency II wetgeving van toepassing. Ook zij staan hierdoor onder toezicht van de overheid. Ten slotte zijn er nog kredietbeoordelaars voor leverancierskredieten zoals handelsinformatiebedrijven en kredietverzekeraars. Deze laatste groep en hun ratings staan onder geen enkel toezicht en er waren tot voor kort geen algemeen geldende kwaliteitsnormen voor hun ratings. Voor kredietbeoordelaars voor leverancierskredieten bestaat sinds kort de mogelijkheid om vrijwillig de ISO/TS 10674-norm te gebruiken om aan de markt kenbaar te maken dat ook zij waarde hechten aan kwaliteit en herkenbare ratings. Of deze vrijwillige regulering werkt, moet worden afgewacht.

Concurrentie tussen ratingsystemen en kredietbeoordelaars
De wetgever wil dat ratings betrouwbaarder en transparanter worden. Men vertrouwt hierbij blijkbaar het meest op de concurrentie tussen ratingsystemen en kredietbeoordelaars. Vraag en aanbod en een goede reputatie reguleren de markt wellicht nog het meest. Thans zijn de ratings van 15 ratingagencies door de ESMA erkend (zie kader). Dit betekent dat alle erkende ratingagencies in alle EU-landen zijn toegelaten. Dus ook in Nederland. Enkele van deze ratingagencies zullen hun ratings ook aanbieden aan credit managers of aan de bedrijven een rating willen krijgen. Het zou best eens kunnen dat bedrijven zich door een erkend ratingagency laten raten om een betrouwbaar referentiekader te hebben bij het vergelijken van een rating van banken, handelsinformatiebedrijven of kredietverzekeraars. Hoe men kiest tussen een transparante en erkende rating of een scoringsysteem waarvan de kwaliteit onbekend is, zal de toekomst moeten uitwijzen.

Auteur: Fritz Witt CRA is rating analist en expert in credit ratings en ratingsystemen. Hij is hoofddocent van de Credit Rating Advisor leergang aan Nyenrode Business Universiteit. Daarnaast is hij voorzitter van de normcommissie voor de ISO-norm voor rating- en scoringsystemen bij het Nederlandse Normalisatie Instituut (NEN).
Bron: De Credit Manager, jaargang 2011, nummer 4.

Shares