In het vorige nummer van De Credit Manager schreef ik een artikel over het uit de hand gelopen faillissement van de AvW Group uit Karinthië waarbij D&B geheel onvrijwillig betrokken raakte. D&B viel niets te verwijten. Integendeel. Wel illustreert deze casus hoe een gerenommeerd handelsinformatiebedrijf in een rechtszaak verwikkeld kan raken als handelsinformatie voor beleggingsanalyses wordt gebruikt. In dit artikel leg ik uit wat de juridische en technische achtergronden van dit vraagstuk zijn.

Als gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving moeten en willen banken een geringer aandeel in de kredietverstrekking aan vooral het MKB voor hun rekening nemen. Hierdoor vindt een verschuiving plaats van bancair krediet naar alternatieve financieringen. Dit proces verloopt uiterst moeizaam. Ten eerste omdat het niet eenvoudig is om de financieringsfunctie van een bank over te nemen, maar ook omdat de middelen voor de financiering afhankelijk zijn van een ingewikkelde, internationale kapitaalmarkt. Financiers moeten de kredietwaardigheid van een mkb-onderneming kunnen beoordelen en vervolgens in staat zijn om in overeenstemming met het kredietrisico de hoogte van de rente vast te stellen om kapitaal aan te trekken voor de kredietverlening. Deze kredietbeoordeling voor de financiering van een mkb-bedrijf is wezenlijk iets anders dan de vaststelling en de bewaking van een limiet voor een leverancierskrediet. Over deze verschillen gaat dit artikel.

De positie van het leverancierskrediet
De post debiteuren is een zeer belangrijk onderdeel van het werkkapitaal. Als men bij het management van de debiteuren steken laat vallen, vertaalt zich dit direct in de hoogte van het werkkapitaal en in het resultaat (winstgevendheid) van een onderneming. De hoogte van het werkkapitaal is een communicerend vat met de overige kapitaalbehoefte. Hoe minder behoefte aan werkkapitaal, des te meer ruimte voor de financiering van de overige activa. En daarom per saldo een geringere behoefte aan financiering van banken of alternatieve financieringen. Op deze wijze is credit management van het leverancierskrediet verbonden met de totale bedrijfsfinanciering.

De eigenschappen van een leverancierskrediet
Een onderneming die goederen of diensten op rekening levert aan een particulier of bedrijf, verstrekt net als ieder andere kredietverlener een krediet. Echter, het leverancierskrediet kent in de regel een betrekkelijk korte looptijd en heeft meestal een geringere omvang dan andere kredietvormen. Daarom verschillen dan ook de beoordelingscriteria van een leverancierskrediet met die van andere financieringsbronnen.
Bij het leverancierskrediet speelt het betalingsgedrag de belangrijkste rol. Hoe snel betaalt een debiteur? Houdt hij zich aan zijn (contractuele) afspraken? In welke mate wijkt zijn betalingsgewoonte af van die van zijn collega’s binnen zijn branche of vergelijkbare groep? Uiteraard is het ook belangrijk om de financiële draagkracht van een persoon of onderneming te kennen. Kan de debiteur überhaupt een krediet van deze omvang aan? Een kredietbeoordeling door een handelsinformatiebedrijf richt zich vooral op deze zaken.

Kredietbeoordeling door een handelsinformatiebedrijf
De kennis van het betalingsgedrag van een debiteur is de kroonjuweel van een handelsinformatiebedrijf. Hoe belangrijk deze kennis ook mag zijn, handelsinformatie is vele malen meer. Denk hierbij aan de identificatie van een debiteur. Doe je zaken met de juiste persoon of bedrijf? En wat zijn de eigenschappen van de debiteur? Met wie doet hij zaken? Van welke groep bedrijven maakt hij deel uit? Al deze informatie is zeer dynamisch en uniek. Zonder deze informatie kan geen credit management meer worden gevoerd.
Ook een handelsinformatiebedrijf verstrekt een rating waarmee het de belangrijkste componenten van de informatiebronnen samenvoegt in een notering die de mate van kredietwaardigheid moet weergeven. Bedenk wel dat de belangrijkste component het betalingsgedrag is. Want dat is waar het de credit manager primair om te doen is: zijn uitstaand leverancierskrediet op tijd incasseren.

Kredietbeoordeling van overige kredieten
Er zijn vele vormen van overige kredieten. Om al deze vormen enigszins overzichtelijk te houden, verdeel ik de overige kredieten in bancaire kredieten en niet-bancaire kredieten. Bancaire kredieten zijn hypotheken, leningen en rekeningen-courant. Niet-bancaire kredieten zijn traditioneel leasing en factoring. In de laatste jaren zijn er steeds meer alternatieve financieringsvormen voor bancair krediet bijgekomen. Zo hebben crowdfunding, kredietunies en bedrijfsobligaties al een relatief grote bekendheid verworven. Alle overige kredietvormen hebben in de regel een langere looptijd dan leverancierskrediet, hebben een specifieke financieringsfunctie van het bedrijf in kwestie en hebben een geheel andere invloed op de draagkracht van de debiteur dan een leverancierskrediet. En er is in de regel sprake van hogere bedragen. Dit alles stelt dan ook andere eisen aan de kredietbeoordeling dan aan een leverancierskrediet. Het is daarom niet meer dan logisch dat een rating voor een leverancierskrediet afwijkt van die voor een andere kredietvorm.

Verschillende soorten ratings
Banken verstrekken dan wel slechts drie soorten kredieten, hypotheken, leningen en rekeningen-courant, maar zij weten hiervan duizenden financieringsproducten te maken. Dit dwingt hen tot een gedifferentieerde wijze van raten van al deze soorten kredieten. Dat neemt niet weg dat er banken zijn die delen van de informatie die een handelsinformatiebedrijf gebruikt voor haar ratings van leverancierskredieten graag willen toepassen. Maar dan is er eerder sprake van het gebruik van informatiecomponenten dan van het toepassen van de rating van een handelsinformatiebedrijf voor de bancaire kredietverlening.
Dit geldt eigenlijk ook voor alternatieve financieringsvormen zoals leasing, factoring, crowdfunding, kredietunies of obligaties. Zij zouden een deel van de informatie van handelsinformatiebedrijven kunnen gebruiken om toe te voegen aan een eigen rating. In dit kader moet echter worden gelet op het verschil tussen een rating en een kredietbeoordeling. Dat is niet helemaal hetzelfde.
Een rating is in staat de uitvalkans van een debiteur of een lening te kwantificeren. Een rating maakt deel uit van een kredietbeoordeling. Bij een kredietbeoordeling spelen meer zaken een rol dan alleen de kans dat de debiteur niet bij machte is zijn krediet terug te betalen. Het gaat bijvoorbeeld ook om of er zekerheden zijn en wat deze ten tijde van een mogelijke uitval nog waard zijn, de looptijd van een krediet, of er meerdere kredietverschaffers zijn en wat hun rangorde is ten tijde van een mogelijke uitval. Zo zijn er veel zaken die bij een kredietbeoordeling een rol spelen, maar niets te maken hebben met een rating.
Dan zijn er nog verschillen tussen ratings voor kredieten en ratings voor beleggingen. Ratings voor kredieten zijn bestemd om vele gelijksoortige leningen te beoordelen. Ratings voor beleggingen zijn bestemd voor de beoordeling van één lening aan één individuele organisatie.

Is er zo iets als een juiste rating?
Deze vraag kan direct met nee worden beantwoord. Alleen al omdat een rating de kans van een uitval uitdrukt, bestaat er geen rating die de uitval van een individueel bedrijf of persoon onder alle omstandigheden kan voorspellen. Wanneer men echter een rating wil gebruiken voor de berekening van het verlies door uitval van een grotere groep debiteuren of kredieten, werkt het perfect. Uiteraard moet de rating betrouwbaar presteren, maar het voorspellen van uitval is in principe mogelijk.
Ratings van handelsinformatiebedrijven kunnen extra goed presteren, omdat zij zowel in staat zijn de totale hoeveelheid uitval van een groot aantal debiteuren te voorspellen als informatie te verschaffen over het tendentiële verloop van het betalingsgedrag van een individuele debiteur. Hiermee kan een credit manager eventuele problemen voor blijven. Voor elk gereedschap geldt dat men het overeenkomstig zijn bestemming moet gebruiken. Men neemt geen hamer om schroeven in een plank te bevestigen. Een hamer is er voor spijkers en een schroevendraaier voor schroeven. Dit principe geldt ook voor ratings.
Het is bewezen dat men met een zogenaamde balansrating, die gebruikmaakt van een volledige balans en winst- en verliesrekening, de beste resultaten kan bereiken. Omdat een balansrating zo goed presteert, proberen handelsinformatiebedrijven dan ook publicatiestukken van ondernemingen te verwerken in hun ratings. Er zijn echter slechts weinig ondernemingen die een volledige publicatieplicht hebben. En de gepubliceerde jaarrekeningen zijn van een dusdanig slechte kwaliteit dat ratings die van deze informatie gebruikmaken niet te vergelijken zijn met authentieke balansratings. En dan hebben wij het nog niet over de tijdigheid van de informatie gehad. Immers, bedrijven deponeren meestal aan de late kant.
Ondernemingen die een lening van een belegger willen, zijn uiteraard bereid een recente volledige jaarrekening met kapitaalstroomoverzicht en toelichting te verstrekken. Aan de hand hiervan kan een betrouwbare rating voor een belegging worden samengesteld. Maar omdat het een beoordeling van een individuele lening betreft en geen massa kredieten waar een gemiddelde uitval wordt gemeten, is ook een balansrating in de meeste gevallen niet toereikend voor een belegger om een goed oordeel te kunnen treffen. Daarom moet naast een kwantitatieve (balans)rating een kwalitatieve analyse plaatsvinden. Een analist beoordeelt onafhankelijk van de balansrating een aantal belangrijke risico’s zoals het land van vestiging, de structuur van de bedrijfstak, de strategie en het businessmodel waarmee het bedrijf zich wil onderscheiden. Ook zijn zaken als innovatie, personeelsbeleid, beheersing van de interne processen en opvolging en bevoegdheden van de directie en het management belangrijk voor de beoordeling van de continuïteit van een onderneming. Dit alles wijkt af van de kredietbeoordeling op basis van handelsinformatie en meestal ook van een bedrijfskrediet. Bij handelsinformatie staat het efficiënt beoordelen van grote aantallen debiteuren en leveringen centraal, en bij bedrijfskredieten is het belangrijk om de zekerheden en juridische situatie goed in te schatten omdat een bank wil dat een verstrekt krediet te allen tijde moet worden afgelost. Dat komt omdat een bank met andermans geld werkt. De focus ligt hier dus duidelijk anders dan bij beleggers die om de eigen centen bezorgd zijn. Een belegger heeft niets aan een gemiddelde uitval. Hij heeft met één bedrijf te maken.

Ratings voor beleggingen
Aanbieders van ratings beloven vaak wonderen. Er is in de regel niemand die test wat ervan klopt. Wie controleert de claims? Geaccrediteerde ratingsystemen worden door in de wet aangewezen instituten jaarlijks op hun prestatie getest en beoordeeld. Dit is in de regel een centrale bank van een EU-land of de Europese Centrale Bank. Vanwege de complexiteit van de ratings en de grootte van de leningen wil de wetgever dat ratings voor beleggingen uitsluitend door geaccrediteerde ratingsystemen van erkende rating agencies worden uitgevoerd. Waarom? Omdat kredietbeoordelingen de kapitaalmarkten kunnen ontwrichten. Daarom is de wetgeving dan ook niet nationaal vastgesteld, maar internationaal. Rating agencies en hun ratingsystemen die binnen de EU willen opereren, staan onder toezicht van de ESMA in Parijs en moeten voldoen aan de EU ratingverordening 1060/2009. Dergelijke ratings overrulen de ratings van (bancaire) kredieten, handelsvorderingen, kredietverzekeraars en welke andere rating dan ook. Omdat deze ratings een dusdanig hoge rangorde hebben, is het dan ook begrijpelijk dat er verwarring plaatsvond als bij het faillissement van AvW Group in Oostenrijk, waar een rating van een handelsinformatiebedrijf door AvW Group ongeoorloofd werd gebruikt bij de aanbieding van een belegging.

Wet- en regelgeving voor ratings
In het vorige artikel in De Credit Manager (01/2015) is beschreven wat er kan gebeuren als de rating van een handelsinformatiebedrijf wordt gebruikt voor de informatieverschaffing aan beleggers. Hierbij speelde de vraag of er überhaupt sprake was van een belegging die via de kapitaalmarkt wordt aangeboden. Immers, het was onduidelijk of een elektronisch handelsplatform als de Standard Market in Wenen deel uitmaakt van de kapitaalmarkt. De kapitaalmarkt is gereglementeerd. Onder kapitaalmarkt in de enge zin zou men uitsluitend noteringen aan een beurs of onderhandse leningen, private placements, kunnen verstaan. De Standard Market in Wenen is een ongereglementeerde parallelbeurs voor incourante beleggingen vergelijkbaar met Npex in Nederland of met crowdfundingplatforms die bemiddelen in verhandelbare aandelen of obligaties. Omdat er gaandeweg nieuwe kanalen komen naast de oude kapitaalmarkten, ontstaat deze definitiekwestie. De ESMA constateerde dat er eigenlijk nog geen adequate wet- en regelgeving voor dergelijke semifinanciële markten bestaat.
Ondanks de problemen met de definitie van het soort markt is er wel degelijk wet- en regelgeving waarmee men rekening moet houden. Volgens de EU ratingverordening 1060/2009 mogen ratings voor beleggingen uitsluitend worden uitgegeven door erkende rating agencies die onder toezicht van de ESMA staan. Alle overige kredietbeoordelingen zijn door de wet aangewezen als scores en deze scores worden uitdrukkelijk uitgesloten voor de beoordeling van leningen en ondernemingen die zich via de kapitaalmarkt willen financieren. Elke leverancier van een rating die niet door de ESMA erkend is, dus ook handelsinformatiebedrijven, doet er verstandig aan hun ratings als een zogenaamde private rating te behandelen. Dit voorkomt misverstanden en potentiële rechtszaken.
Een private rating mag niet publiekelijk gebruikt worden. Een private rating is uitsluitend voor de opdrachtgever of een kleine groep stakeholders bestemd. Eigenlijk is dit niets nieuws. Immers, handelsinformatie wordt traditioneel door credit managers gebruikt voor de kwalificatie van hun debiteuren. Dit is een mooi voorbeeld van een privaat gebruik van een rating. Problemen met definities van ratings, scorings, kredieten, beleggingen of markten zijn pas ontstaan sinds ratings van handelsinformatiebedrijven of niet-geaccrediteerde ratings ook gebruikt worden voor alternatieve financieringsvormen.
Er zijn tekenen dat er sprake is van een tendentiële toename van procedures die worden aangespannen door gespecialiseerde advocaten. De impact van een klacht over een rating voor een belegging kan groot zijn, omdat dergelijke procedures zich lenen voor een zogenaamde class action. Dit was ook het geval van de AvW Group casus die ik in De Credit Manager 01/2015 heb beschreven.

Conclusie
Ik heb laten zien dat er verschillen zijn tussen diverse soorten ratings. Voor handelsinformatie, banken, alternatieve financiers en voor beleggingen. De structuur van deze ratings is afhankelijk van het soort lening of toepassing. Vooral ratings voor beleggingen die via de semifinanciële markten worden gefinancierd zijn kritisch, omdat er een grote kans is dat er verwarring ontstaat over de aard en de status van deze ratings.
Het verdient aanbeveling bij elke rating door middel van een disclaimer exact aan te geven over welke rating het gaat en voor welke aanwending deze bestemd is. Een dergelijke disclaimer voorkomt veel juridische problemen. Met een disclaimer is men er echter nog niet. Een leverancier van ratings, dus ook van handelsinformatie, doet er verstandig aan om zijn rating alleen aan die gebruikers te leveren die logischerwijs de rating voor private doeleinden gebruiken en daarom automatisch niet publiekelijk gebruiken.

Auteur: Fritz Witt CRA vertegenwoordigt de erkende rating agency Creditreform Rating AG in Nederland. Hij is secretaris van de Stichting NORA en is bij het Nederlandse Normalisatie Instituut NEN voorzitter van de normcommissie voor ISO-kwaliteitsstandaards voor het managen van ratingprocessen en –systemen.
Bron: De Credit Manager, jaargang 2015, nummer 2.

Shares