Onlangs verscheen in de ‘Review of finance’, het tijdschrift van de European Finance Association, een artikel over een onderzoek naar ‘Payment defaults and Interfirm Liquidity Provision’. Het onderwerp van dit onderzoek betreft de wanbetalingsketen: gaan ondernemingen die financieel krap zitten en geen extra (bank)financiering vinden hun leveranciers later betalen? Betalen die leveranciers dan op hun beurt hun leveranciers later? En hoe lang kan deze kettingreactie doorgaan, of in welke gevallen wordt de keten afgebroken?

Het onderzoek werd uitgevoerd op een Franse gegevensbron met wanbetalingen van ondernemingen: de CIPE of ‘Fichier central des incidents de paiements sur effets’. Deze bron is niet voor het publiek toegankelijk, maar wel voor financiële instellingen en soms ook voor onderzoekers.
Hieruit hebben de onderzoekers – Frederic Boissay van de ECB en Reint Gropp van de Goethe Universität Frankfurt – de gegevens uit de (precrisis) jaren 1998-2003 kunnen gebruiken. Deze zijn voor elke betrokken onderneming (zowel de veroorzakers van de betalingsincidenten als de slachtoffers ervan) per kwartaal gegroepeerd en gecombineerd met financiële gegevens (balans en resultatenrekening) van de onderneming. Gezien de beperkte beschikbaarheid van deze laatste categorie van gegevens voor kleine ondernemingen bevat de steekproef gegevens voor industriële ondernemingen met een balanstotaal van minstens € 500.000 en 10 werknemers.
Over de bestudeerde periode is er een totaal van 1.800.000 betalingsincidenten, waarbij 121.051 ondernemingen betrokken zijn. Alle ondernemingen hebben in hun balans zowel klanten- als leverancierskrediet, zodat in alle gevallen het doorschuiven naar de volgende schakel in de keten mogelijk zou zijn.

De methodologische details van het onderzoek geven we hier slechts zeer beperkt weer. De keuze van de technieken en de uitvoering ervan – met de nodige bijkomende controles – worden uiteraard in extenso beschreven en verantwoord in de volledige tekst van de publicatie.1
Het komt erop neer dat men een aantal regressies heeft berekend waarbij op zoek gegaan werd naar het verband tussen het optreden van een wanbetaling en kenmerken van de onderneming. Daarbij is een aantal kenmerken in verschillende versies van de statistische analyse betrokken. Het gaat daarbij om vrij voor de hand liggende elementen zoals:
• Grootte en leeftijd van de onderneming.
• Totale omzet en aankopen gedeeld door het balanstotaal.
• Het aandeel van klantenkrediet, leverancierskrediet, totale bankschuld, opgenomen kaskrediet (korte termijn bankschuld), liquide middelen in het balanstotaal.

Andere relevante elementen:
• Falingsscore van de Banque de France: een falingskans berekend door de Banque de France op basis van een statistisch model dat in zekere mate vergelijkbaar is met de Altman Z-score.
• Wanbetaling ondergaan in de voorgaande periode. De bedoeling hiervan is duidelijk: nagaan of een wanbetaling door klanten invloed heeft op het zelf uitstellen van de betaling aan de leveranciers.

Wat heeft het onderzoek opgeleverd?
Uit deze eerste reeks statistieken komen de volgende conclusies (significantie van 1%):
• Grotere en oudere ondernemingen zijn minder geneigd tot wanbetaling.
• Een grotere verhouding omzet/balanstotaal, en een hoger aandeel klantenkrediet en liquide middelen geven ook minder wanbetalingen.
• Een positieve invloed op de kans op wanbetaling hebben bankschulden en opgenomen kaskredieten. Dat houdt dan verband met de trade off die nodig is bij krappe liquiditeit tussen het voldoen van de betalingsverplichtingen aan de bank en die aan de leverancier.
• Een hogere falingskans leidt eveneens tot een hogere kans op wanbetaling, maar dat zal wellicht geen verrassing zijn.
Uiteindelijk komen we bij de kern van het onderzoek. Is er ook nog een invloed van het zelf ondergaan hebben van wanbetaling door de onderneming? Het antwoord is inderdaad positief. Er bestaat dus wel degelijk zoiets als een wanbetalingsketen: als een onderneming een leverancier te laat betaalt, zal die op zijn beurt de neiging krijgen zijn eigen leveranciers niet tijdig te betalen.

Welke invloed heeft de kredietwaardigheid?
Naast deze eerste algemene vaststellingen is het nuttig na te gaan welke invloed de kredietwaardigheid van de onderneming die laat betaald wordt, heeft op haar eigen reactie.
Vandaar dat apart is onderzocht of er enig verband is met de mogelijkheid voor deze onderneming om bijkomende financiering te kunnen vinden. Dat is uiteraard moeilijk te meten. Vandaar dat dit onderzocht is door bijkomende analyses. Het gaat dan om de hoeveelheid liquide middelen, de grootte van de onderneming (op basis van het balanstotaal), de leeftijd van de onderneming en de kredietscore van de Banque de France.
Dat liquide ondernemingen minder geneigd zijn zelf tot wanbetaling over te gaan, zal niemand verrassen. Wel interessant is de invloed van de grootte. Kleine ondernemingen blijken vijf maal meer dan grote ondernemingen over te gaan tot wanbetaling, en er de helft minder vaak slachtoffer van te zijn. Het lijkt er dus op dat kleine ondernemingen wanbetalingen doorschuiven en de keten verder zetten, terwijl grotere ondernemingen dat veel minder doen en in feite krediet verschaffen aan minder kredietwaardige klanten.
Bijzonder is de invloed van de kredietscore van de Banque de France. Jammer genoeg is die informatie niet publiek beschikbaar – en ook niet toegankelijk voor de onderzoekers. Toch weten (of vermoeden ?) zij dat de kredietscore en de al gemelde falingsscore vrij goed vergelijkbaar moeten zijn, zodat deze laatste hier gebruikt kan worden. Het is evident dat indien een lening toegestaan aan een onderneming als onderpand kan dienen bij de Banque de France, de bank bereid zal zijn een dergelijke lening toe te staan. Ook de leeftijd is significant: oudere ondernemingen blijken minder geneigd een wanbetaling door te schuiven naar hun eigen leveranciers.
Deze tweede groep analyses bevestigt dat ondernemingen die zelf met kredietbeperkingen te maken hebben, geneigd zijn wanbetalingen door te schuiven en de wanbetalingsketen verder te zetten, terwijl kredietwaardige ondernemingen die wel andere financieringsmogelijkheden hebben, dat veel minder zullen doen. Met andere woorden: de wanbetalingsketen stopt als ze bij een kredietwaardige onderneming belandt.

Worden wanbetalingen herhaald?
Een laatste punt dat onderzocht is, heeft te maken met herhaalde wanbetalingen. Omdat in de dataset de klant-leveranciersrelatie identificeerbaar is, kan ook worden nagegaan of er wel eens wanbetalingen worden herhaald. Dat gebeurt vrij vaak: een klant die niet tijdig betaald heeft in een bepaalde periode (kwartaal in dit geval), blijkt in een kwart van de gevallen in een volgend kwartaal opnieuw bij de wanbetalingen voor te komen. Met andere woorden: de relatie blijft bestaan, ondanks – en soms zelfs met voortzetting van – de slechte betalingen.
Samengevat kunnen we stellen dat onderzoeken bevestigen dat ketens van wanbetaling in de praktijk bestaan en dat kredietwaardige ondernemingen vaak optreden als financiers van hun minder kredietwaardige klanten.

Auteur: Ludo Theunissen is voorzitter van het Instituut voor Credit management.
Bron: De Credit Manager, jaargang 2015, nummer 2.

Shares