Credit managers bewaken velerlei soorten risico’s, optimaliseren financieel-logistieke processen, plannen en sturen cashflows of houden toezicht op de compliancy. En dit zijn bij lange na nog niet alle taken. De vraag dringt zich daarom op wat bij een dergelijke veelvoud aan verantwoordelijkheden de beslissende succesfactor is? Vooral ten aanzien van de voornaamste taak, het minimaliseren van de kredietrisico’s. Is het de expertise van de credit manager of zijn het de methoden en modellen? Wint de wetenschap of de ervaring?

In de praktijk zien wij dat in scoringsmodellen ook veel persoonlijke ervaringen worden opgenomen. Bij de ontwikkeling van dergelijke modellen wordt van zowel interne als externe kennis en informatie gebruikgemaakt. De resultaten van de kredietbeoordelingen, die met behulp van scoringsmodellen tot stand komen, worden in scorecards vastgelegd. Scorecards dienen ter ondersteuning van besluitvormingen in diverse creditmanagementprocessen. Hierbij valt op dat na verloop van tijd de scorecard steeds meer routinematig worden gebruikt. Een aantal parameters biedt daarbij zo te zien de belangrijkste informatie.

Wat zijn best practices bij scoringsystemen?
De complexiteit van scoringsystemen en het grote belang van slechts enkele belangrijke parameters hebben bij een aantal professionals de vraag doen rijzen of het niet interessant zou zijn om aan de hand van een onderzoek vast te stellen wat de best practices zijn. Het kan bijvoorbeeld waardevol zijn om te weten in welke mate van externe data en systemen gebruik wordt gemaakt en welke informatiebronnen uit de eigen administratieve systemen worden gehanteerd bij het ontwikkelen van scoringsystemen. En, ook wetenswaardig, in welke mate de technische mogelijkheden van creditmanagementsoftware het gebruik van scoringsystemen en scorecards beïnvloeden. Immers, als er technisch meer mogelijk is, heeft dit mogelijkerwijs effect op de kwaliteit van scoringsystemen en scorecards.
Sommige credit managers kunnen gebruikmaken van jaarrekeningen van hun klanten en beschikken hierdoor over relatief veel informatie over de financiële situatie van hun debiteuren. Voor de meeste credit managers is dit niet weggelegd. Zij zijn aangewezen op algemene openbare informatie zonder specifieke kennis van financiële achtergronden van de klanten. Daarom hechten dergelijke credit managers hoogstwaarschijnlijk meer waarde aan de eigen informatiesystemen waarin men zo veel mogelijk de gedragingen van de klant vastlegt.
Een onderzoek naar best practices is niet eenvoudig, omdat niet alleen de beschikbare kennis en informatie of de technische middelen van invloed zijn op een scorecard. Een scorecard is ook afhankelijk van het soort bedrijf en de markten waarin een onderneming opereert. Naast het klantenrisico’s spelen bij de kredietbeoordeling immers ook factoren zoals landenrisico’s, brancherisico’s en wet- en regelgeving een rol. Ook moeten sommige credit managers in staat zijn financiële analyses uit te voeren aan de hand van een set kengetallen. Hoe komen dergelijke financiële analysemodellen tot stand? En welke parameters worden in de praktijk het meest gebruikt?

Gezamenlijk onderzoek naar best practices door VVCM en Stichting NORA
Er zijn vele vragen die beantwoord moeten worden om een algemeen beeld van de best practices te krijgen die in scoringsystemen en scorecards zijn vastgelegd. Antwoorden en kennis uit een dergelijk onderzoek kunnen een bijdrage leveren aan de verbetering van kredietbeoordelingen. Kennis die doorgegeven kan worden in de opleidingen voor credit managers. De besturen van de VVCM en van de Stichting NORA (zie kader) hebben de handen ineengeslagen en zullen een dergelijk onderzoek naar de kwaliteit en de methoden bij de kredietbeoordeling uitvoeren. Het onderzoek betreft een online enquête waarvoor een groot aantal credit managers zal worden uitgenodigd. De uitkomst van deze enquête zal door de voorzitter van de VVCM, Peter Meefout, en de secretaris van de Stichting NORA, Fritz Witt, tijdens de Credit Expo worden gepresenteerd. Hierna zullen de onderzoeksresultaten worden gebruikt voor vervolgonderzoek.

De samenwerking tussen de VVCM en de Stichting NORA kwam tot stand omdat beide organisaties groot belang hechten aan de ontwikkeling en deling van vakkennis; elk op z’n eigen terrein. De VVCM vertegenwoordigt de belangen van credit managers en is verantwoordelijk voor het curriculum van de opleidingen tot credit manager. De Stichting NORA heeft als doel het bevorderen van de specialistische kwaliteit van credit managers voor kredietanalyses. In dit project wil de Stichting NORA vooral de kwaliteit van kredietbeoordelingssystemen onderzoeken en de VVCM de aard en het gebruik hiervan.

Wat zijn de verwachtingen en doelen van het onderzoek?
Wij verwachten dat er een grote diversiteit aan scoringsystemen in gebruik is. En dat uiteindelijk slechts van een zeer beperkt maar belangrijk aantal parameters gebruik wordt gemaakt. Door het onderzoek willen wij inzicht krijgen in de kwaliteit van de kredietbeoordelingssystemen en het kennisniveau dat noodzakelijk is om dit soort systemen goed toe te passen. Ook willen we een bijdrage leveren aan de innovatie van dergelijke systemen. Uit onderzoek van Panteia/EIM blijkt dat de financierbaarheid van het MKB in een hoog tempo vermindert. Hierdoor wordt meer aangemaand en later betaald. Als iedereen dit doet, wordt voorkomen van kredietuitval belangrijker dan het bestrijden van de gevolgen.

Auteurs: Fritz Witt CRA is rating analist en expert in credit ratings en ratingsystemen. Hij is hoofddocent van de Credit Rating Advisor leergang aan Nyenrode Business Universiteit. Daarnaast is hij voorzitter van de normcommissie voor de ISO-norm voor rating- en scoringsystemen bij het Nederlandse Normalisatie Instituut (NEN) en secretaris van de Stichting NORA.
Peter Meefout is oud-voorzitter van de VVCM.
Bron: De Credit Manager, 2012, nummer 2.

Shares