Op 22 februari jl. kondigde de Autoriteit Financiële Markten (AFM) aan dat incassobureaus en deurwaarderskantoren die krediet aanbieden of bemiddelen in krediet, voor 7 april 2017 een vergunning moeten aanvragen. Partijen die dat niet doen, moeten hun activiteiten aanpassen.

De aankondiging van de AFM komt niet als een verrassing. De AFM heeft met name incassobureaus al langer in het vizier. Een voorbeeld daarvan is de Leidraad Consumenten en Incassotrajecten van november vorig jaar. De AFM trekt daarbij samen op met de Autoriteit Consument & Markt.

De AFM stelt dat als kredietovereenkomsten met consumenten worden overgedragen aan een incassobureau, het incassobureau zelf wordt aangemerkt als kredietaanbieder. Maar ook als er sprake is van meer dan het enkel innen van een vordering, bijvoorbeeld het afspreken van een betalingsregeling of het assisteren bij het beheer van een kredietovereenkomst, kan volgens de AFM een vergunningplicht ontstaan. Ook deurwaarders die een betalingsregeling treffen met een consument kunnen een vergunningplicht krijgen.

Incassobureaus en deurwaarders doen er goed aan om hun activiteiten tegen het licht te houden. Van marktdeelnemers wordt verwacht dat zij op de hoogte zijn van de relevante wet- en regelgeving. Een overtreding van de centrale verbodsbepalingen van de Wet op het financieel toezicht (Wft) wordt door de AFM per definitie als ernstige overtreding beschouwd. De AFM kan sanctionerend optreden, bijvoorbeeld door het opleggen van een boete.

Achtergrond: Wft Markttoetredingsverboden
Het is in Nederland verboden om zonder een daartoe door de AFM verleende vergunning beroep- of bedrijfsmatig financiële producten aan te bieden aan een consument. Krediet kwalificeert als financieel product, net als bijvoorbeeld een spaarrekening of een beleggingsobject. Onder krediet wordt onder meer verstaan het aan een consument ter beschikking stellen van een geldsom, terzake waarvan de consument gehouden is een of meer betalingen te verrichten. Het verbod om zonder vergunning – rechtstreeks of middellijk – krediet aan te bieden is een van de oudste markttoetredingsverboden die Nederland kent. Het verbod is momenteel vastgelegd in de Wft. Aanbieden van krediet kwalificeert als een financiële dienst en de aanbieder als financiële dienstverlener in de zin van de Wft.

In het huidig wettelijk regime valt onder aanbieden van krediet niet slechts het doen van een voorstel aan een bepaalde consument. De gehele looptijd van de kredietovereenkomst valt onder het ruime begrip aanbieden. Dus zowel het aangaan, beheren als het uitvoeren van de kredietovereenkomst.

Ook adviseren en bemiddelen in krediet is verboden
Naast het aanbieden van krediet aan een consument zonder een daartoe verleende vergunning van de AFM is ook het adviseren over en bemiddelen in krediet verboden. Het afspreken van een betalingsregeling beschouwt de AFM als bemiddelen in krediet.

Vergunningseisen
Als een incassobureau of deurwaarderskantoor gelet op haar activiteiten inderdaad kwalificeert als aanbieder of bemiddelaar heeft dat vergaande consequenties. Immers, als er geen gebruik kan worden gemaakt van een uitzondering, ontheffing of vrijstelling zal een vergunning moeten worden aangevraagd. Er zal dan aan alle vergunningsvereisten moeten worden voldaan. Onderdeel van het vergunningsproces is een toetsing van de dagelijks beleidsbepalers door de AFM op geschiktheid voor hun functie. Na vergunningsverlening valt het incassobureau of deurwaarderskantoor onder het doorlopend toezicht van de AFM.

Jelmer Kruijt is als advocaat werkzaam bij VESPER Advocaten te Amsterdam en is gespecialiseerd in het financieel recht. Deze bijdrage is een samenvatting van een uitgebreider artikel dat volgende maand zal verschijnen in Vakblad De Credit Manager.

Shares