Waren de Koninklijke Hoogovens vroeger een paradepaardje van de zware industrie, in Europa lijkt het tij op dit moment te keren. In hoeverre klopt dit, wat wordt er vanuit de overheden aan gedaan en is dit eigenlijk iets waar we ons zorgen over moeten maken? De Credit Manager duikt in de wereld van het staal.

Geschiedenis
In het begin van de 20e eeuw was de staalindustrie geconcentreerd in West-Europa. In het Verenigd Koninkrijk stond ’s werelds grootste staalfabriek in Barrow-in-furness. In Nederland werd te IJmuiden in 1918 Koninklijke Hoogovens en Staalfabrieken N.V. opgericht. Al na de Tweede Wereldoorlog was het duidelijk dat er concurrentie op de loer lag voor het verwoeste West-Europa. Daarom werd in 1951 besloten tot de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Zes Europese landen (Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland en Italië) plaatsten de productie van kolen en staal onder één autoriteit. Het neveneffect van deze oprichting was dat de samenwerking van deze landen de vrede in Europa ten goede zou komen nu er een nieuwe vijand achter het ijzeren gordijn gevonden was. Later bleek dat de vijand van de staalindustrie niet in Oost-Europa lag. In de jaren zestig van de vorige eeuw kwam de concurrentie vanuit Azië opzetten, in de jaren negentig volgde een dump van staal uit de voormalige Sovjet-Unie en in het begin van de 21ste eeuw kwamen de Aziatische tijgers om de hoek kijken. En dan zouden we bijna vergeten dat er tussendoor in de jaren tachtig nog een crisis was waar de staalindustrie zwaar onder te lijden had. Dit alles heeft geleid tot vele fusies, concentratie van activiteiten, automatisering en sluitingen van staalfabrieken.

Situatie anno 2016
Dat de Europese staalindustrie de hete adem van Azië in de nek voelt is en de industrie onder druk staat, is verre van overdreven. De productie is enorm toegenomen. Werd in de jaren tachtig zo’n 500 miljoen ton staal per jaar geproduceerd, nu is dat 1,6 miljard ton. Zoals iedere credit professional met een beetje kennis van economie weet, leidt een hoger aanbod tot lagere prijzen. Was in het begin van 2015 de prijs van warmgewalst 400 euro per ton, in het begin van 2016 werd het aangeboden voor 270 euro per ton. Wat in de prijs ook niet meehelpt, is dat Europese producenten emissierechten moeten betalen om het milieu te sparen, een belasting waar men in China nog niet van doordrongen is.
Van de eerdergenoemde 1,6 miljard ton produceert China de helft en Europa 9% (in verhouding, aan het begin van de eeuwwisseling was het marktaandeel van China 18%). Anno 2016 staat de grootste staalfabriek niet in Barrow-in-furness (Verenigd Koninkrijk), maar in Gwangyang (Zuid-Korea). Al met al een reden voor Theo Henrar (directievoorzitter Tata Steel Nederland) om te stellen dat de stormvlag wappert boven Europees staal.

Verder lezen? Log in of registreer u als VVCM lid.

Shares