Het Europees Parlement heeft op 15 april 2014 de verordening aangenomen die het mogelijk maakt om conservatoir beslag te leggen op de bankrekening van uw debiteur als deze elders in Europa is gevestigd. De verordening zal met ingang van januari 2017 gelden in alle lidstaten, behalve in Engeland en Denemarken. De Europese Unie wil hiermee de mogelijkheid bieden aan schuldeisers om buitenlandse vorderingen alsnog te incasseren. Op het eerste gezicht lijkt de verordening een nuttig wapen voor de Nederlandse schuldeiser. Of hiermee de positie van crediteuren ook daadwerkelijk wordt versterkt, valt nog te bezien Ik ben vooralsnog niet echt enthousiast.

Procedure
De procedure voor het leggen van Europees bankbeslag zal een procedure zijn zoals wij die kennen van het Europees Betalingsbevel en het Europees Betalingsbevel Voor Geringe Vorderingen. De aanvraag geschiedt middels een ‘formulier’ waarin de vordering dient te worden toegelicht. In artikel 8 van de Verordening wordt nauwkeurig opgesomd welke elementen het verzoek moet bevatten. De rechtbank moet binnen tien dagen nadat schuldeiser het verzoek heeft ingediend op het verzoek te beslissen.

De vertegenwoordiging door een advocaat of iemand die anderszins beroepshalve in rechte optreedt, is niet verplicht. Het verzoek kan aldus door schuldeiser zelf worden ingediend. De kosten voor het verkrijgen van een bevel tot conservatoir beslag mogen niet hoger zijn dan de kosten voor het verkrijgen van een gelijkwaardig nationaal bevel.

Een belangrijk voordeel dat Europees bankbeslag biedt in vergelijking met ons (nationaal) conservatoir bankbeslag is het feit dat beslag kan worden gelegd zonder te weten bij welke bank een eventueel tegoed zich bevindt. De aanvrager moet wel alle hem beschikbare en relevante informatie over de schuldenaar en de rekeningen waarop beslag moet worden gelegd verstrekken. Indien de schuldeiser de rekeningnummers niet kent, moet hij in ieder geval vermelden waar hij vermoedt dat schuldenaar eventueel een bankrekening heeft.
Daarnaast is het belangrijk te vermelden dat het bedrag waarop conservatoir beslag wordt gelegd, kan worden verhoogd met de aangegroeide rente. Ingeval schuldeiser al over een vonnis beschikt, kan het bevel tot conservatoir beslag tevens de kosten van het verkrijgen van een dergelijke beslissing omvatten.

Het bevel tot conservatoir beslag wordt verleend middels een formulier dat wordt ingevuld door de rechtbank. Dit formulier bestaat uit twee delen: deel A en deel B. Het deel A vermeldt de algemene informatie, zoals de naam en het adres van de betrokken partijen (schuldeiser, debiteur, de rechtbank en de bank), rekeningnummer van debiteur, het bedrag waarop beslag moet worden gelegd, de datum van het bevel etc. Het deel B bevat meer specifieke informatie. Dit deel bevat een beschrijving van de zaak en de motivering van de rechtbank om het bevel uit te vaardigen, het bedrag van de door schuldeiser gestelde zekerheid, de termijn voor het instellen van de bodemprocedure, de vermelding dat het de taak van schuldeiser is het bevel ten uitvoer te laten leggen en de informatie over de rechtsmiddelen die debiteur ter beschikking staan.

De betekening van het bevel geschiedt door de uitvoerende instantie (in Nederland een deurwaarder) in het desbetreffende land dan wel door schuldeiser zelf. Iedere bank dient binnen drie dagen na betekening van het bevel de verklaring af te leggen. Dit gebeurt wederom middels een formulier. In dit formulier moet worden vermeld of het beslag doel heeft getroffen en op welke datum het bevel werd uitgevoerd. In uitzonderlijke gevallen kan deze termijn van drie dagen op verzoek van de bank worden verlengd tot acht dagen. Schuldeiser dan wel de rechtbank dienen vervolgens binnen drie dagen na ontvangst van de verklaring deze aan debiteur te betekenen.

Positie van debiteur
Een conservatoir beslag op de bankrekening van debiteur moet een verrassingseffect hebben. Er moet immers worden voorkomen dat debiteur zijn tegoeden kan wegsluizen. Daarom wordt debiteur niet vooraf geïnformeerd over het verzoek en het bevel.
Om misbruik van het bevel tegen te gaan en ter bescherming van de rechten van debiteur is de aanvankelijke tekst aangepast en is de verordening voorzien van waarborgen ten gunste van debiteur. Een van de belangrijkste waarborgen is dat een schuldeiser, in gevallen waarin hij nog geen gerechtelijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen, kan worden verplicht om financiële zekerheid te stellen voordat verlof wordt verleend.

Deze zekerheid wordt verlangd ‘ten belope van een bedrag dat volstaat om misbruik van de procedure te voorkomen’. Afhankelijk van het nationale recht dat van toepassing is, kan zekerheid worden gesteld in de vorm van een borgsom of een andere waarborg, zoals een bankgarantie of een hypotheek. Als de mogelijke schade niet is in te schatten, kan de rechter het door schuldeiser gevorderde bedrag als leidraad nemen voor de bepaling van het bedrag dat als zekerheid moet worden gesteld. Debiteur krijgt op deze manier de mogelijkheid om eventuele schade, die hij ten gevolge van een onterecht gelegd conservatoir beslag heeft geleden, vergoed te krijgen.

Het valt nog te bezien hoe verschillende Europese rechters hiermee zullen omgaan, vooral in landen die het rechtsmiddel conservatoir beslag niet kennen. Deze regel kan in sommige gevallen uitermate ongunstig uitvallen voor een leverancier of een dienstverlener die een grote vordering heeft op zijn buitenlandse debiteur en die zelf met financiële moeilijkheden kampt. Naar mijn mening zal het in veel gevallen van de hoogte en de vorm van deze zekerheidsstelling afhangen of schuldeisers dit incassowapen zullen instellen.

Het ontwerp bevat wel de mogelijkheid voor schuldeiser om de rechter te verzoeken geen zekerheid te hoeven stellen. Alleen in gevallen waarin zekerheidsstelling in het licht van de omstandigheden ongepast, overbodig of onevenredig wordt geacht, mag de rechter dit verzoek honoreren of een lagere zekerheid verlangen. Zulke omstandigheden kunnen bijvoorbeeld zijn wanneer debiteur een overtuigend bewijs levert van zijn vordering en geen middelen heeft om een zekerheid te stellen, wanneer de vordering betrekking heeft op onderhoudsgeld of uitbetaling van loon, of wanneer de vordering van een zodanige omvang is dat debiteur waarschijnlijk geen schade van het beslag zal ondervinden. Hoe hieraan praktische invulling zal worden gegeven en of de verschillende gerechten in Europa deze regel uniform zullen toepassen, valt nog te bezien.

Wat misschien wel het grootste obstakel voor schuldeisers zal zijn om dit instrument te gebruiken, is het gegeven dat, vanwege bescherming van de persoonsgegevens van debiteur, de verkregen informatie over de bankrekening(en) niet aan schuldeiser zal worden verstrekt. Deze informatie zal alleen worden verstrekt aan de rechter. Schuldeiser krijgt alleen te horen of er een positief saldo is aangetroffen.
De informatie over de hoogte van het bedrag dat door bankbeslag is getroffen, is van cruciaal belang voor een schuldeiser bij het nemen van de beslissing om wel of niet tot het starten van een procedure over te gaan. Voor schuldeiser is het immers wenselijk dat hij naast de kosten voor het bankbeslag ook de kosten moet maken voor een procedure om er vervolgens achter te komen dat het bankbeslag doel heeft getroffen voor een zeer laag bedrag.

Conclusie
Al met al valt nog te bezien of deze verordening een machtig incassowapen zal zijn en toegevoegde waarde zal hebben. Vooral de aanpassingen in het ontwerp met betrekking tot het stellen van zekerheid en het (niet) verschaffen van informatie aan schuldeiser over de hoogte van het bedrag waarop beslag is gelegd, zullen naar mijn mening voor het succes van dit rechtsmiddel van doorslaggevende betekenis zijn. Enige scepsis over het nut en het effect van dit incassomiddel lijkt aldus voorlopig op z’n plaats.

Bron: De Credit Manager, nummer 4, 2014.
Auteur: Mr. Zijad Jusic is advocaat bij Bierens Incasso Advocaten.

 

Shares