Het initiatiefwetsvoorstel van CDA Tweede Kamerlid Agnes Mulder en PvdA Tweede Kamerlid Mei Li Vos om onredelijk lange betaaltermijnen tegen te gaan is aangenomen in de Eerste Kamer. Het wetsvoorstel moet ervoor gaan zorgen dat betaaltermijnen van 90 en 120 dagen tot het verleden gaan behoren doordat betaaltermijnen langer dan 60 dagen tussen het grootbedrijf en het mkb en zzp niet meer langer mogelijk zijn. Grote bedrijven moeten een rente betalen aan de kleine leverancier als zij zich niet aan de maximale betaaltermijn van 60 dagen gaan houden.

Mulder: ‘het wetsvoorstel is in februari met grote meerderheid aangenomen in de Tweede Kamer en nu unaniem in de Eerste Kamer. Betalen binnen 30 dagen blijft de norm maar wel met een stok achter de deur voor het grootbedrijf om op tijd hun rekening te betalen. Helaas is dat nodig.’

Met de wet komt er een einde aan dat kleine leveranciers in de financiële problemen komen, terwijl zij zelf netjes op tijd het product of de dienst hebben geleverd aan het grootbedrijf. De jaarlijkse kosten van achterstallige betalingen worden geschat rond de 7 miljard euro. ‘Dat is funest voor onze economie en werkgelegenheid. Het op tijd betalen van je rekening zou normaal moeten zijn. Deze wet bevestigt dat,’ aldus Mulder.

Persbericht ONL voor Ondernemers
Den Haag, 7 maart 2017

“Ondernemers verheugd met unanieme instemming van Eerste Kamer met wetsvoorstel om extreme betaaltermijnen tegen te gaan.”
“Belangrijke stap richting gezonde betaalcultuur gezet.”

Vandaag stemde de Eerste Kamer unaniem in met het wetsvoorstel om extreem lange betaaltermijnen tegen te gaan. Vanaf 1 juli 2017 is het niet meer mogelijk dat grootbedrijven betaaltermijnen van meer dan 60 dagen opleggen aan leveranciers. Het is in Nederland, net als in de gehele EU, normaal om binnen 30 dagen of eerder een rekening te betalen. In de oude wet zat een uitzonderingsbepaling waardoor betaaltermijnen eindeloos konden worden opgerekt. Vanwege deze sluiproute krijgen leveranciers te maken met betaaltermijnen van wel 90 dagen, met uitschieters van 120 dagen of meer. De nieuwe wet sluit de sluiproute af en verbetert de juridische positie van leveranciers. De wet vloeit voort uit een initiatiefwetsvoorstel van Tweede Kamerleden Agnes Mulder (CDA) en Mei Li Vos (PvdA) en is met ondersteuning van ONL voor Ondernemers tot stand gekomen.

Ondernemers vragen al jaren om maatregelen om oneerlijke handelspraktijken tegen te gaan en de betaalcultuur in de handelsketen te verbeteren. De schade die leveranciers ondervinden is groot. Conservatieve schattingen ramen de jaarlijkse kosten van achterstallige betalingen op 2,5 miljard euro. Hogere schattingen ramen de kosten op 7 miljard euro. Uit angst om de handelsrelatie niet te verstoren en opdrachten te verliezen gaan leveranciers akkoord met extreme termijnen.

Onder de nieuwe wet blijft de norm om binnen 30 dagen te betalen leidend. Voor overheidsinstellingen is het sowieso al verplicht om een factuur binnen 30 dagen te voldoen. Bedrijven mogen onderling afwijken van de norm tot een termijn van maximaal 60 dagen. De nieuwe wet richt zich op de relatie tussen grootbedrijven in de positie van afnemer en MKB bedrijven in de positie van leverancier. Een contractbepaling waarin wordt overeengekomen dat de betaaltermijn langer is dan 60 dagen is nietig. Hierdoor valt de betaaltermijn automatisch terug tot 30 dagen, net als in een situatie waarin geen bepaling is opgenomen over de betaaltermijn.

De nieuwe wet zorgt er voor dat het klip en klaar is dat extreme betaaltermijnen juridisch niet zijn toegestaan. Bedrijven die langere termijnen dan 60 dagen opleggen overtreden de wet.  Ook de juridische positie van leveranciers wordt verbeterd. Van rechtswege ontstaat een vordering van de leverancier op de afnemer. Deze blijft tot 5 jaar na dato in rechte opeisbaar, hierdoor kunnen leveranciers ook in een later stadium en met terugwerkende kracht invorderingskosten en wettelijke rente bij hun afnemer opeisen.

Bron: CDA

 

Shares