Na drie jaar van krimp zal het bbp van Italië in 2015 naar verwachting weer groeien (met 0,5%). Ook de Italiaanse productiviteit zal zich enigszins herstellen. De bedrijfsfaillissementen blijven echter hoog en in de bankensector gelden nog steeds strenge kredietvoorwaarden en hoge leenkosten. Dat blijkt uit het Landenrapport Italië dat Atradius in maart publiceerde.

De economische neergang bleef aanhouden in 2014
Na een krimp van 1,9% in 2013, kromp de Italiaanse economie opnieuw in 2014, met 0,4%. De particuliere consumptie steeg echter met 0,2% na de sterke dalingen van meer dan 4% in 2012 en 2,7% in 2013, toen het beschikbare inkomen afnam en het consumentenvertrouwen zijn dieptepunt bereikte. Investeringen namen verder af (met 2,5% in 2014) in een sfeer van moeilijke financieringsvoorwaarden en laag ondernemersvertrouwen. De buitenlandse vraag leverde slechts een beperkte ondersteuning voor groei; met lagere importcijfers droeg de netto-export echter positief bij aan de groei van het bbp in 2013 en 2014.

Lichte groei verwacht in 2015
In 2015 zal het bbp na drie jaar van krimp naar verwachting weer groeien, met 0,5%. De binnenlandse vraag zal naar verwachting stabiliseren, door de verwachte toename in investeringen en de voorspelde versnelde groei in de consumptie van huishoudens tot 0,8%. Sinds eind 2014 neemt het beschikbare inkomen van huishoudens weer toe. Dit is gedeeltelijk te danken aan een maandelijks fiscaal voordeel van EUR 80 voor laagbetaalde werknemers, ingevoerd door de regering in mei 2014. Toch wordt voorspeld dat de werkloosheid in 2015 onveranderd hoog zal blijven (13,1%). De export zal naar verwachting toenemen met 2,1% in 2015. Er wordt verwacht dat de consumentenprijzen licht zullen dalen (-0,1%), in lijn met een algemene daling in de eurozone.

Insolventiepeil opnieuw met 10% omhoog
Sinds 2008 is het aantal bedrijfsfaillissementen in Italië sterk toegenomen, met een stijging van 10% op jaarbasis in 2014. We verwachten dat het Italiaanse insolventiepeil in 2015 opnieuw met 10% zal stijgen, waarbij de sectoren bouw, civiele bouw, metaal en groothandel/detailhandel (vooral meubelen, huishoudapparaten, kleding en schoenen) nog steeds het hardst getroffen worden. De liquiditeitsproblemen van Italiaanse bedrijven worden versterkt door aanhoudend slecht betaalgedrag, met name van de publieke sector. Bovendien vertonen Italiaanse bedrijven in vergelijking met hun West-Europese tegenhangers een hogere gemiddelde gearing — vooral short-term gearing. Veel bedrijven lijden onder het huidige restrictieve leningenbeleid van een groot aantal banken en dit zal naar verwachting voortduren in 2015. De structureel hoge afhankelijkheid van Italiaanse bedrijven van financiering door banken blijkt een belangrijke structurele zwakte.

Minder druk op internationaal concurrentievermogen?
Voornamelijk als gevolg van een significante daling in import is in 2013 het tekort op de lopende rekening in Italië veranderd in een overschot. In 2015 zal dit overschot naar verwachting tot 1,7% toenemen, na het overschot van 1,6% in 2014. Deze verbetering wordt gesteund door een toename van de export, maar is grotendeels het gevolg van nog steeds verminderde import. Italië heeft de laatste jaren bijna 20% van zijn aandeel in zijn exportmarkten — vooral Europese markten — verloren, hoewel het zijn leiderspositie in mode, kleding en textiel heeft behouden. Dit verlies van marktaandeel wordt bevestigd door de ontwikkeling van de reële effectieve wisselkoers (Real Effective Exchange Rate (REER)) van Italië. De REER meet de internationale concurrentiepositie van een land wanneer de kosten en prijzen veranderen. De concurrentiepositie van Italië ten opzichte van een aantal andere Zuid-Europese landen is in 2013 en 2014 verder verslechterd, omdat die andere markten meer hervormingen doorvoerden om hun loonkosten per eenheid te verlagen. Dat gezegd zijnde zal de Italiaanse productiviteit zich enigszins herstellen. Door de hoge werkloosheidscijfers zou de loongroei beperkt moeten blijven. Als gevolg daarvan zullen de Loonkosten per eenheid (die deel uitmaken van de REER) naar verwachting verbeteren in 2015.

De banksector blijft kwetsbaar
Toen de crisis van de eurozone verslechterde in de eerste helft van 2012, moesten Italiaanse banken in toenemende mate beroep doen op de Europese Centrale Bank (ECB) voor hun financiering. Hoewel de liquiditeitsvoorziening van de ECB
aanzienlijk blijft, is deze afgenomen in 2014. Sinds 2009 is er een sterke stijging van niet-presterende leningen als percentage van het wettelijk vereiste kapitaal, wat erop wijst dat de banksector onder druk staat. Toch is er licht aan het einde van de tunnel, aangezien het aandeel van nieuwe slechte leningen nu lager ligt dan vroeger. Het volume van leningen aan de particuliere sector blijft echter krimpen, door de nog steeds strenge kredietvoorwaarden en hoge leenkosten. Met name kredietvoorzieningen voor kleinere bedrijven blijven beperkt.

Staatsschuld blijft erg hoog
Sinds het in 2012 onder 3% van het bbp zakte, is het jaarlijkse Italiaanse begrotingstekort er beter aan toe. In 2015 wordt een tekort van net onder de 3% van het bbp verwacht. Toch zorgen de zwakke economische prestaties voor een aanzienlijke stijging in de verhouding overheidsschuld/bbp, die al erg hoog ligt.
Ondanks de succesvolle begrotingsconsolidatie steeg deze verhouding tot 133,2% in 2014, van 127,9% in 2012. Dit was vooral te wijten aan de economische inkrimping en de verhouding zal daarom naar verwachting verder stijgen tot 135% van het bbp in 2015. Om deze verhouding significant te doen dalen, zou een nominale jaarlijkse groei van 3% vereist zijn. De uitdaging is dus om het vereiste hoge niveau van reële groei te bereiken, in combinatie met begrotingsconsolidatie en lage inflatie.

Rendement van obligaties is aanzienlijk gedaald
Na de vrees voor een Grieks vertrek uit de eurozone in mei 2012 stegen de spreads van Italiaanse overheidsobligaties snel naar een onhoudbaar niveau, omdat de financiële markten vreesden dat Italië deel zou uitmaken van een eventueel uiteenvallen van de eurozone. Op de top in juni 2012 bevestigden de eurozoneleiders echter een aantal maatregelen om de eurozone te versterken. Cruciaal hierbij is dat de ECB haar steun gaf door aan te kondigen dat het ‘alles zou doen wat nodig is’ om een uiteenvallen van de eurozone te voorkomen, met inbegrip van een programma voor de aankoop van overheidsobligaties. Dit heeft de financiële markten gekalmeerd en de spreads op obligaties ten opzichte van de Duitse Bunds zijn sindsdien aanzienlijk gedaald.

Meer hervormingen nodig
In december 2014 keurde de regering-Renzi een wetsvoorstel goed dat de overheid een mandaat geeft om hervormingen van de arbeidsmarkt door te voeren, zonder daarmee eerst weer naar het parlement terug te hoeven gaan voor uiteindelijke goedkeuring. Hoewel de plannen tot nu toe vaag zijn gebleven, kregen ze toch weerstand van vakbonden en sommige leden van Renzi‘s eigen Democratische Partij. De huidige regulering van de arbeidsmarkt biedt een degelijke bescherming voor werknemers met een vast contract. Omdat nieuw aangeworven personeelsleden met een vast contract dezelfde bescherming genieten als personeelsleden die al dertig jaar bij een bedrijf werken, schrikken bedrijven nog steeds terug voor dergelijke contracten. Aangezien veel jonge werknemers een tijdelijk contract hebben, neemt de productiviteit af. Niet in het minst omdat bedrijven minder bereid zijn om te investeren in het opleiden van tijdelijk personeel. Tegelijkertijd zijn de wettelijke initiatieven om de efficiëntie van justitie te verbeteren, deregulering uit te breiden en bureaucratie terug te dringen, voorlopig beperkt gebleven.

Bron: De Credit Manager, nummer 1, jaargang 2015.
Auteur: Tom Kaars Sijpesteijn is Directeur Atradius Nederland.

 

Shares