De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Jetta Klijnsma, heeft haar plannen voor het invoeren van een zogeheten Breed Moratorium als consultatie aan de markt aangeboden. Dit om alle betrokken partijen te informeren over het voorstel en reacties op de inhoud van het voorstel te verzamelen. Doel van de regeling is om onder bepaalde voorwaarden binnen de schuldhulpverlening een incassopauze mogelijk te maken. Het gaat dan om situaties waarin door de wijze van incasso van een of meer schuldeisers de financiële situatie van de schuldenaar herhaaldelijk wordt gedestabiliseerd, terwijl andere instrumenten onvoldoende soelaas bieden om toch tot een effectieve schuldhulpverlening te komen.

De uitvoering van de schuldhulpverlening is sinds 2012 geregeld in de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening. In deze wet is bepaald dat de werking ervan in 2016 geëvalueerd moet worden. Berenschot heeft die evaluatie inmiddels afgerond. Het evaluatierapport moet voor 1 juli 2016 aan de Tweede Kamer worden toegezonden en wordt eerst dan ook gepubliceerd.

Nationale Ombudsman kritisch
Op 11 mei 2016 publiceerde de Nationale Ombudsman zijn rapport ‘Burgerperspectief op Schuldhulpverlening’. Kennelijk wil de ombudsman de Berenschot-evaluatie niet afwachten.
Uit de conclusies van dit rapport: de druk op de schuldhulpverlening is, door de toename van het aantal huishoudens in de schulden én het complexer worden van die schuldsituaties, de laatste vijf jaar enorm toegenomen. Het vergt steeds meer tijd en specifieke deskundigheid van de schuldhulpverleners en de ondersteunende vrijwilligers om hun werk goed te kunnen doen. Aan de andere kant zijn de beschikbare budgetten voor gemeentelijke schuldhulpverlening niet evenredig toegenomen. Met andere woorden: er moet meer hulp worden verleend met hetzelfde of zelfs minder budget. Het in een zo vroeg mogelijk stadium bieden van maatwerk kan kosten besparen, omdat zo voorkomen wordt dat schulden oplopen en situaties steeds complexer worden. Op dit moment is het zo dat de toename van het aantal schuldenaren, het gebrek aan capaciteit en de grote complexiteit van de schuldproblemen hun weerslag hebben op de kwaliteit van de dienstverlening. Dit is niet per se te wijten aan de schuldhulpverleners bij de gemeenten, maar eerder aan de omstandigheden waaronder zij moeten werken.
De conclusies worden verder uitgewerkt in een aantal hoofdstukken, waarvan de titels de knelpunten kernachtig verwoorden: De illusie van de zelfredzame burger; Te veel drempels; Te weinig maatwerk; Dienstverlening moet sneller en beter; Belang van de burger voorop.

Standpunt Haagse Commissie VVCM & VCMB
Het leidt geen twijfel dat de staatssecretaris en haar betrokken ambtenaren kennis hebben genomen van de inhoud van het evaluatierapport Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening van Berenschot. Dat moet immers voor 1 juli in de Tweede Kamer liggen. De timing van de presentatie van deze Consultatie Breed Moratorium past daarbij.

Het in mei gepubliceerde rapport van de Nationale Ombudsman schetst een somber beeld van de Gemeentelijke Schuldhulpverlening, die met de beste bedoelingen dapper dweilt met de kraan open. Daardoor lopen de behandeltermijnen op, neemt de complexiteit van de schuldenproblematiek toe, net als de toestroom naar de WSNP.

Gaat het Breed Moratorium helpen om de problemen in de Gemeentelijke Schuldhulpverlening op te lossen? Lost het de door de Nationale Ombudsman geconstateerde knelpunten op?

Misschien een beetje. We moeten het Berenschot-rapport afwachten om te kunnen zien hoeveel tijd de gemeentelijke schuldhulpverleners kwijt zijn aan dwarsliggende schuldeisers. En hoeveel het breed moratorium daarvan gaat oplossen. Niet zo veel naar onze inschatting. Want de randvoorwaarden om daarvoor in aanmerking te komen, zijn onder meer het perspectief dat de schuldenaar in staat is naar een stabiele situatie te groeien, terwijl de verschijnende verplichtingen (gas, water, licht, huur/hypotheek, verzekeringen) tijdig betaald worden.

De staatssecretaris zou er goed aan doen om extra financiering voor de Gemeentelijke Schuldhulpverlening beschikbaar te stellen, proportioneel aan de omvang van de hulpvraag.
Terwijl het Breed Moratorium gefinancierd wordt door de ‘schuldeisers’ en creditmanagementorganisaties, die een halfjaar langer mogen wachten op hun centen, of wat daarvan overblijft.

Een halfjaar incassopauze kan bovendien een negatieve bijwerking opleveren: dat debiteuren menen dat ze daar recht op hebben (zoals ze ook menen recht te hebben op een betalingsregeling). De economische en maatschappelijke schade die dat met zich meebrengt, dient ook te worden meegewogen in de consultatie. Wordt vervolgd!

Auteur: Dick Kruiswijk is lid van de Haagse Commissie VVCM & VCMB.
Bron: De Credit Manager, jaargang 2016, nummer 2.

Shares