De financiële crisis heeft overheden, banken en financiële instellingen nationaal en internationaal gedwongen om de rol van de banken binnen de economie grondig te analyseren. Deze analyse leidt tot verscherping van wet– en regelgeving voor de producten en diensten van banken. De credit manager zal hiermee worden geconfronteerd: de beschikbare liquiditeit wordt schaarser en duurder, banken zijn minder gretig in het afgeven van kredieten en/of garanties. Voor credit managers betekent dit dat hun rol gaat verschuiven naar het beheersen van de kortlopende liquiditeit van de onderneming en het vervullen van een centrale rol binnen de organisatie.

Bij financiële professionals en bankiers staat de nazomer van 2007 in het geheugen gegrift. Ook particuliere beleggers, deelnemers op de huizenmarkt en klanten van banken beseffen maar al te goed dat het financiële speelveld ingrijpend is gewijzigd. Waar staan we ruim vier jaar later? De crisis is niet voorbij, maar de eerste schok is geabsorbeerd en langzaam komen er signalen over herstel van de economie.
Binnen de bankensector is de crisis van 2007 aanleiding geweest tot vergaande maatregelen. Gedurende de wereldwijde crisis worstelden banken met het aantrekken van voldoende liquiditeit. De kapitaalmarkten functioneerden niet en onderling wantrouwen leidde ertoe dat interbancair lenen (bijna)niet mogelijk was. Steunmaatregelen van de overheid waren voor veel banken het laatste redmiddel. Een voor partijen onwenselijke situatie. Aan deze onvoorziene en onverwachte omstandigheden waren jaren voorafgegaan waarin liquiditeit en liquiditeitsrisico management van banken een ondergeschikte rol speelden. Het ophalen van korte- en langetermijnfinanciering op de kapitaalmarkten was nauwelijks een probleem; er was liquiditeit in overvloed. De securitisatie  van hypotheken was voor veel Nederlandse banken een beproefd concept om relatief goedkope langetermijnfinancieringen te verkrijgen. Door de gewijzigde omstandigheden in voornamelijk de securitisatiemarkt nam het onderlinge wantrouwen tussen banken toe en liepen de raderen van de kapitaalmarkt vast. Banken waren niet meer in staat hun liquiditeit op gewenste hoogte te krijgen en te houden. Het inadequaat en ineffectief managen van de liquiditeit (het liquiditeitsrisico) van banken is de directe aanleiding geweest tot het nemen van grensoverschrijdende maatregelen.

Toezichthouders
Bij het herstel van het vertrouwen in de bancaire sector spelen de toezichthouders nationaal en internationaal een grote rol. De Nederlandsche Bank (DNB) is verantwoordelijk voor de controle op de financiële instellingen. De Wet op het financiële toezicht (Wft) schept hiervoor het juridische kader. In de huidige economie kan DNB niet autonoom regeren, samenwerking op Europees en wereldniveau borgt het ‘level playing field’ van de banken, met andere woorden gelijke regels en uitgangspunten voor alle deelnemers aan het spel.
Op wereldniveau is het Basel Committee on Banking Supervision het leidende orgaan. Het Basel Committee bestaat sinds 1975. Oorspronkelijk gestart met een tiental leden is het Committee uitgegroeid tot een belangwekkend orgaan, waarin meer dan 28 landen zijn vertegenwoordigd.
In Europa draagt de European Banking Authority (EBA voorheen CEBS) zorg voor de stabiliteit van het financieel systeem en het ‘level playing field’. De EBA vaardigt richtlijnen uit die door de lidstaten worden omgezet in wetgeving.
Vanaf 2008 is er door deze commissies een stortvloed van consultatiedocumenten en richtlijnen geproduceerd die betrekking hebben op het managen van de liquiditeitsrisico’s van de bank. Deze documenten bevatten een uitgebreid spectrum van onderwerpen, van de allocatie van liquiditeitskosten tot richtlijnen voor het aanhouden van de liquiditeitsbuffer en de uitvoering van stresstesten.

BASEL III, wordt bankieren lastiger?
Basel I en Basel II harmoniseerden de solvabiliteitsvereisten voor de banken. In Basel III worden deze nog verder uitgediept, maar worden ook de eerste stappen gezet naar harmonisatie van de liquiditeitsvereisten op internationaal niveau . Hiertoe formuleert BASEL III een tweetal liquiditeitsratio’s:

Liquidity Coverage Ratio (LCR)
De LCR weegt de liquiditeitsbuffer bestaande uit onbezwaarde liquide activa zoals cash, staatsobligaties en bedrijfsobligaties (met een minimale A rating) tegenover de te verwachten net cash flow in de komende 30 dagen. De uitkomst van de ratio dient > 100%. Een ratio < 100% kan betekenen dat, bij liquiditeitskrapte, de bank onvoldoende liquide reserves heeft om aan de verplichtingen van de komende 30 dagen te voldoen.

Net Stable Funding Ratio (NSFR)
Met de introductie van de NSFR wordt de verhouding tussen de beschikbare en gewenste stabiele langetermijnfinanciering van de bank weergegeven. Onder stabiele financiering verstaat men het eigen en vreemd vermogen die in de afgelopen jaren een betrouwbare bron van financiering zijn gebleken Deze activa worden gewaardeerd op liquiditeitswaarde. De liquiditeitswaarde wordt bepaald op economische waarde minus een vaste verlaging, de zogenaamde haircut. Ook de NSFR moet > 100% bedragen. Een ratio < 100% betekent een te grote afhankelijkheid van de kortetermijnkapitaalmarkt, wat een groter financieringsrisico met zich meebrengt als markten minder goed functioneren.

Deze twee complementaire ratio’s geven analisten, aandeelhouders en zakenrelaties van de bank inzicht in de financiering en liquiditeitspositie van de bank. Doordat BASEL III voor de liquiditeitsvereisten voor alle banken dezelfde criteria hanteert, is een vergelijking tussen banken eenvoudiger. Vanaf 2015 wordt de LCR de officiële standaard, vanaf 2018 de NSFR. In 2012 start de consultatieperiode, wat inhoudt dat banken deze ratio’s berekenen en de resultaten delen met de toezichthouder.
Waar staan banken nu? Banken hebben al diverse malen de ratio’s in het kader van impactstudies voor de toezichthouders berekend. De toezichthouder heeft de banken gevraagd om een migratieplan BASEL III, waarin wordt aangegeven welke stappen men in de komende jaren moet nemen aan de gestelde ratio’s te gaan en te blijven voldoen.

Internal Liquidity Adequacy Assessment Process (ILAAP)
Niet alleen de verplichtingen voortvloeiend uit BASEL III dwingen banken tot een gestructureerd liquiditeitsrisicomanagementbeleid. De vernieuwde beleidsregel liquiditeit Wft 2011 verplicht financiële instellingen tot het uitvoeren van een interne evaluatie van het liquiditeitsproces. Jaarlijks zal DNB het ILAAP toetsten om vast te stellen of de financiële instelling een adequaat (liquiditeits)risicobeleid voert.
Wat wordt er nu verwacht van de banken? DNB is hier in de toezichthouderhandleiding  van juli 2011 uitgebreid op ingegaan. Voor 1 november 2011 hebben de eerste tien Nederlandse banken het ILAAP bij DNB aangeleverd, de overige banken volgen in 2012, waarna het ILAAP wordt opgenomen in het reguliere proces. Indien DNB oordeelt dat het liquiditeits(risico)management van de bank onvoldoende is, kan zij aanvullende liquiditeits- en kapitaalvereisten opleggen, met andere woorden banken verplichten hogere financiële reserves aan te houden.

Wat betekenen deze ontwikkelingen voor de credit manager?
Onze verwachting is dat de ontwikkelingen binnen de bancaire sector de dagelijkse werkzaamheden van credit managers zullen beïnvloeden. De strengere eisen aan de banken en de verminderde beschikbaarheid van liquiditeit op de kapitaalmarkten zal merkbaar zijn voor de ondernemingen. Niet alleen het aantrekken van additionele financiering zal minder eenvoudig zijn, ook de kosten van nieuwe en bestaande faciliteiten zullen toenemen.
Meer en meer zal de credit manager betrokken worden bij de beheersing van de liquiditeitspositie van het bedrijf. Adequaat debiteurenbeheer vormt een belangrijke pilaar binnen credit management, echter voor een goed liquiditeitsbeheer zal dit moeten worden gecombineerd met de andere facetten van werkkapitaalbeheer. De credit manager zal zich meer en meer moeten gaan ontwikkelen tot liquiditeitsmanager van de onderneming. Het flexibel gebruik van werkkapitaalfinancieringen en/of kredietlijnen die het seizoenspatroon van een onderneming ondersteunen, leveren een forse kostenbesparing voor de onderneming. Een analyse van de bankgarantieportefeuille gericht op looptijd/hoogte van de garanties of Letter of Credits is een zinvolle exercitie. Veel bankgaranties worden te hoog of met een te lange looptijd uitgegeven, regelmatig overleg met de verkooporganisatie en/of klant kan ertoe leiden dat de aard en omvang van de bankgaranties kunnen worden teruggebracht.

Hoe vullen we deze veranderende rol van de credit manager in?
Ondernemingen moeten in de toekomst hun liquiditeitsmanagement organiseren en optimaliseren. De credit manager kan hierin een belangrijke rol vervullen door het opstellen van een cash flow prognose om inzicht te krijgen in de inkomende en uitgaande kasstromen, de cash surplus en het te verwachten gebruik van kredietlijnen. De cash flow prognose is het stuurmiddel van de organisatie om de kasstromen optimaal op elkaar af te stemmen. Dit betekent dat de credit manager met de interne organisatie de prognose moet delen en met inkoop en verkoop naar optimalisatie moet zoeken. De credit manager dient het liquiditeitsbeleid van het bedrijf jaarlijks te evalueren, waarbij aandacht moet worden besteed aan mogelijke risicogebieden binnen de onderneming.

Conclusie
De rol van de credit manager binnen de onderneming wordt steeds breder. Hij/zij zal zich moeten ontwikkelen van debiteurenbeheerder naar de liquiditeitsbeheerder van de onderneming, waarbij de beschikbaarheid van liquiditeit op het juiste moment tegen de juiste kosten een waardevolle aanvulling zal zijn voor de onderneming. Het inschatten van mogelijke liquiditeitsrisico’s en het bepalen van de daarbij behorende actieplannen verdient de volle aandacht van credit management.

Auteurs: mr. Marijke Terpstra en drs. Léon Ruijters R.A. zijn managing partners bij Terpstra & Ruijters.
Bron: De Credit Manager, 2012, nummer 1.

Shares